Spaans-Staatse linies
Militaire functie Valorisering staats-spaanse linies (2004)
Opdrachtgever Provincie Zeeland
Ontwerp HNS landschapsarchitecten

Door de ontwikkelingen in de krijgskunst zijn verdedigingswerken in de loop van de tijd voortdurend aangepast aan nieuwe omstandigheden: oude vestingen werden voorzien van extra verdedigingsringen, op strategische plaatsen werden vooruitgeschoven posten aangebracht, muren en wallen werden versterkt om weerstand te bieden tegen zwaarder geschut. In de Vestingwet uit 1874 werd bepaald dat de vestingen die in onbruik waren geraakt mochten worden ontmanteld. Dit heeft in diverse steden geleid tot de omvorming van de vestingwallen in fraaie stadsparken: mooie voorbeelden van behoud door ontwikkeling 'avant la lettre'. Sommige vestingwallen werden helemaal op de schop genomen en bebouwd. De Vesting Holland, met onder meer de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, heeft langer standgehouden. Hier lag lange tijd het zwaartepunt van de landsverdediging. Met een ingenieus stelsel van inundatiewerken konden grote gebieden onder water worden gezet, om de opmars van de vijand te vertragen. De Kringenwet regelde dat er rondom de forten niet gebouwd mocht worden, om de schootsvelden vrij te houden (verboden kringen). Maar sinds de oorlog vooral in de lucht werd beslecht, zijn ook deze waterlinies overbodig geworden. De Kringenwet is in 1963 opgeheven. Op en rond de forten konden zich sindsdien allerlei nieuwe functies ontwikkelen. De oorspronkelijke ruimtelijke samenhang tussen forten en hun omgeving is daardoor ingrijpend veranderd, vaak ten koste van de cultuurhistorische waarde.
Pas de laatste jaren wordt het belang van de historische verdedigingswerken voor de cultuurhistorie ten volle onderkend en is hiervoor apart beleid ontwikkeld. De Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn zo bijzonder dat deze op de (voorlopige) Werelderfgoedlijst van UNESCO zijn geplaatst. Er lopen diverse projecten voor behoud en versterking van het militaire erfgoed. Daarbij zijn twee belangrijke trends te onderscheiden:
Ten eerste is er een toegenomen aandacht voor de 'ensemblewaarde' van historische verdedigingswerken: het gaat niet alleen om de afzonderlijke forten en militaire objecten, maar ook om de ruimtelijke samenhang daartussen en de (zicht)relaties met de omgeving; voorbeelden zijn de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Eemslinie in Groningen en de Staats-Spaanse Linies in Zeeland.
Ten tweede wordt de bescherming van historische verdedigingswerken steeds meer als een ontwerpopgave beschouwd, waarbij het niet alleen gaat om het beheer, maar ook om de ontwikkeling van nieuwe functies en bijpassende inrichtingsmaatregelen; juist omdat de huidige gebruikswaarde van forten vaak beperkt is en de ruimtelijke samenhang van grotere structuren vaak moeilijk beleefbaar, wordt een meer ontwikkelingsgerichte aanpak nagestreefd.
Nieuwe functies voor historische verdedigingswerken zijn natuur, recreatie en educatie maar bijvoorbeeld ook wonen, kleinschalige bedrijvigheid en culturele of museale doelen. De Nieuwe Hollandse Waterlinie in zijn geheel geldt als een robuuste ecologische verbinding. De oude inundatiegebieden bieden kansen voor natte natuurontwikkeling en waterberging. Inundatiekaden kunnen een functie krijgen als wandelpad. Ook jongere militaire objecten, zoals de vliegvelden Valkenburg en Soesterberg en diverse kazerne- en oefenterreinen, vertegenwoordigen specifieke cultuurhistorische waarden en zijn nu toe aan hergebruik en herinrichting. Door het maken van integrale inrichtingsplannen voor verdedigingswerken en hun omgeving, kunnen kansen worden benut voor nieuwe functiecombinaties en herstel van de ruimtelijke samenhang. Daarbij kunnen ook nieuwe dragers voor het beheer worden gevonden. Voor het vliegveld Soesterberg zijn er bijvoorbeeld plannen om de oude landingsbanen om te vormen in natuurstroken met verschillende typen heide- en schraalgraslandvegetaties. Een ander voorbeeld is het plan voor 'valorisering' van de Staats-Spaanse Linies in Zeeland.
De Staats-Spaanselinies liggen in Zeeuwsch-Vlaanderen liggen. Het zijn de restanten van de verdedigingswerken uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) die deels nog in het grensgebied met Belgisch-Vlaanderen terug te vinden zijn. Het stelsel van liniedijken, forten en schansen is in verschillende latere oorlogen en conflicten verder uitgebouwd, De Provincie Zeeland heeft in 2001 het initiatief genomen om dit cultuurhistorisch erfgoed weer zichtbaar te maken voor het publiek. Hierbij wordt samengewerkt met veel betrokken overheden en organisaties, ook in België. HNS landschapsarchitecten heeft een ruimtelijke visie opgesteld.
De ontwikkelde strategie voor de 'valorisering' van de linies bestaat uit drie elementen:
- het planologisch afbakenen van de liniezone
- de ecologische en landschappelijke inrichting van de liniezone
- het selectief ontwikkelen van nieuwe toeristisch-recreatieve voorzieningen.
De linies worden in het plan gezien als een ruggengraat in het landschap waaraan diverse andere functies zoals natuur en recreatie worden gekoppeld. Niet alleen herstel en restauratie van de oorspronkelijke relicten, maar ook van de later toegevoegde linies en forten is een belangrijk uitgangspunt. Zowel voor de forten en de schansen als voor de liniedijken is een catalogus van mogelijke bouwstenen ontwikkeld. Daarbij is onderscheid gemaakt in een bewerking van het maaiveld waardoor de karakteristiek van de militaire verdedigingswerken wordt verbeeld en toevoegingen op de grondvorm, bijvoorbeeld in de vorm van
verharding, bloemenweide, bomenrij, muren e.d. Door herprofilering kunnen
de liniedijken een herkenbare markante vorm krijgen, met een bloemrijk talud en een 'natte voet' aan de zijde van het voormalige inundatielandschap. Vanuit de vestingstadjes worden rondwandelingen van 10 tot 15 km voorgesteld, waarlangs de beleving van de linies zorgvuldig wordt geënsceneerd.
In de vogelvluchttekening is de herinrichting van Fort Zandberg weergegeven. Dit fort ligt aan de voorgestelde rondwandeling vanuit Hulst. Het fort is herkenbaar aan het reliëf en boombeplanting. Er ligt nu een boerderij op het fort. Belangrijkste toevoegingen aan deze plek zijn het opnieuw uitgraven van de oude fortgracht en de aanleg van een schelpenpad, langs de zuidkant van het fort naar de kreek.


