Rijnwaardsche Uiterwaarden

Delfstoffenwinning Rivierverruiming en natuurontwikkeling in de Rijwaardensche uiterwaarden (2000)
Opdrachtgever Rijkswaterstaat/RIZA
Ontwerp Vista landscape and urban design

Image

Delfstofwinning wordt tegenwoordig steeds grootschaliger aangepakt en is daardoor steeds moeilijker inpasbaar in het bestaande landschap. Nieuwe klei-, zand-, mergel- en grindwinningen stuiten steevast op grote maatschappelijke weerstand. Voor kleiwinningen geldt soms nog een
'hercultiveringsplicht': de kleiwinner is verplicht om de kleigaten vol te storten en weer als landbouwgrond op te leveren. In het landschap is er dan weinig van te zien, maar van het oorspronkelijke natuurlijke reliëf is niets meer over. In de uiterwaarden wordt kleiwinning tegenwoordig liever gecombineerd met natuurontwikkeling en rivierbedverruiming: hier ontstaan nieuwe rivierlandschappen die er anders uitzien dan de bekende overstrominggraslanden, maar ecologisch en recreatief zeker niet minder interessant zijn. Kleiwinning hoort ook bij de uiterwaarden: de tichelgaten en de oude steenfabrieken op terpen getuigen daarvan en vertegenwoordigen eigen cultuurhistorische waarden. Bij grote natuurontwikkelings- en rivierverruimingsprojecten kunnen dergelijke elementen vaak geïntegreerd worden in het ontwerp en een nieuwe functie krijgen. In de Blauwe Kamer bij Rhenen, een van de eerste uitgevoerde projecten in het kader van het 'Plan Ooievaar', zijn restanten van de voormalige steenfabriek gehandhaafd, onder meer als verblijf voor vleermuizen, en is op het hoger gelegen terrein een informatiecentrum en panoramarestaurant gevestigd. Een voorbeeld van versterking van de historische tichelgatenstructuur is het natuurontwikkelingsproject in de Rijnwaardense Uiterwaarden bij de Gelders Poort.
In het verleden heeft vooral de turfwinning een enorme stempel op het landschap gedrukt: denk aan de droogmakerijen en de petgatenlandschappen in West-Nederland en Overijssel en aan de veenkoloniën in Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Hier zijn complete nieuwe landschappen ontstaan als gevolg van de delfstofwinning. De petgatenlandschappen zijn nu waardevolle natuurgebieden, maar ook cultuurhistorisch zijn ze zeer bijzonder en uniek voor Nederland. Het feit dat er geen turf meer wordt gewonnen creëert een nieuw beheersprobleem: de petgaten groeien geleidelijk dicht en de daaraan verbonden natuur- en landschapswaarden verdwijnen weer. Eindstadium is moerasbos of open hoogveen. Om dit te voorkomen is een vrij intensief beheer nodig. Jaarlijks moeten rietlanden en moerasruigten gemaaid worden en eventueel worden om de 10 à 20 jaar elzen teruggezet (hakhoutbeheer). Een meer dynamische beheersvorm is het zogenaamde 'cyclisch beheer'. Hierbij mogen petgaten op een natuurlijke wijze verlanden en worden ze pas als ze helemaal zijn dichtgegroeid opnieuw uitgebaggerd, zodat de verlandingscyclus opnieuw kan beginnen. In beide gevallen staat behoud van de historische petgatenstructuur voorop. Om oeverafkalving tegen te gaan wordt vaak oeverbescherming aangebracht. Dit is vooral nodig waar oevers grenzen aan groot open water met veel golfslag, bijvoorbeeld grote zandwinplassen, zoals de Vinkeveense plassen, of drukke vaarwegen. Soms worden nieuwe petgaten aangelegd voor natuurontwikkeling. Deze hebben uiteraard geen functie voor de turfwinning, maar bij de aanleg moet wel rekening worden gehouden met de kenmerken van het petgatenlandschap. De nieuwe petgaten moeten passen binnen het oude verkavelingspatroon (veelal slagenverkaveling) en zich beperken tot de gebieden met 'winbare' veengrond. Petgaten op klei (bijvoorbeeld in droogmakerijen) of op zand zijn landschappelijk en cultuurhistorisch niet logisch en dus niet gewenst.
In opdracht van Rijkswaterstaat heeft Vista een inrichtingsplan opgesteld voor de Rijnwaardensche Uiterwaarden bij de Gelderse Poort. In nauw overleg met alle betrokkenen en belanghebbenden is een integraal plan ontworpen, waarbij de primaire doelen voor veiligheid en natuurontwikkeling zijn gecombineerd met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruikerswensen. Het plan voorziet onder meer in een uitgekiende geleiding van de hoogwaterafvoer, met verschillende vormen van waterdynamiek. Het plan is inmiddels in uitvoering.
In het plangebied liggen oude kleiputten. Deze zijn in de nieuwe inrichting geïntegreerd. De kleiputtten zijn vergroot en onderling verbonden en hebben een aantakking gekregen op de rivier. Er is niet gekozen voor het graven van een nieuwe geul, maar voor versterking van de historische kleiputtenstructuur. De gewonnen klei wordt gebruikt voor de dijkversteviging. Door verschillen in waterdiepte en dynamiek ontstaan in de kleiputten verschillende natuurtypen. Het kleiputtenlandschap is toegankelijk gemaakt voor kano's.