Landgoed Stoutenburg

Woonfunctie Stoutenburg - nieuwe functie voor een oud landgoed (2004)
Opdrachtgever Utrechts Landschap
Ontwerp Michaël van Gessel, Claus en Kaen architecten en Vista landscape and urban design

Image

De eerste bewoning van Nederland gaat terug naar prehistorische tijden. Bewoning in al zijn vormen heeft vele sporen in het landschap achtergelaten. Buitenplaatsen, boerenerven en terpen zijn daar aansprekende voorbeelden van, met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Zeker in de huidige tijd is de functie wonen een zeer dynamische factor: de woningbehoefte is onverminderd groot en overal zijn dorps- en stadsuitbreidingen in ontwikkeling. Of dit net als de historische buitenplaatsen of oude dorpsstructuren nieuwe kwaliteiten voor het landschap oplevert, is volop onderwerp van discussie. Vaak wordt gezegd dat de verstedelijking over het landschap 'heenwalst' en dat alle nieuwe woongebieden er hetzelfde uitzien. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Landschappelijke patronen en cultuurhistorische elementen kunnen worden geïntegreerd in het stedenbouwkundig ontwerp en kunnen 'identiteit' geven aan een nieuwe wijk. Dit wordt ook in toenemende mate erkend. Er zijn plannen waar bijvoorbeeld oude hoogstamboomgaarden zijn opgenomen in de groenstructuur van een nieuwe wijk of waar het oorspronkelijke verkavelingspatroon terugkomt in de wegen- of waterstructuur.

In het nieuwe ruimtelijke beleid van de Rijksoverheid krijgen gemeenten meer mogelijkheden om te bouwen voor de eigen woningbehoefte. Het gevaar dreigt dat het landelijk gebied versneld wordt 'volgebouwd', maar anderzijds ziet iedereen het belang van een aantrekkelijk landelijk gebied, ook in economisch opzicht. Mits goed ingezet kunnen nieuwe woonfuncties in het landelijk gebied bijdragen aan versterking van de kwaliteit van het landschap en aan actieve landschapsontwikkeling. In zogenaamde 'rood-voor-groen' projecten, worden hier nu de eerste ervaringen mee opgedaan. Bouwen in het buitengebied levert geldt op en dat geld kan gebruikt worden voor de aanleg van extra groen of voor het beheer van het landschap. Soms worden hiervoor aparte 'groenfondsen' ingesteld. Een voorbeeld waar met behulp van de opbrengsten van woningbouw een historische landgoed wordt hersteld en een nieuwe functie voor natuur en recreatie krijgt, is het landgoed Stoutenburg bij Amersfoort.

Het Utrechts Landschap heeft het initiatief genomen om op het landgoed Stoutenburg bij Amersfoort cultuurhistorie en natuur te combineren met woningbouw. Er is een inrichtingsplan opgesteld voor het landgoed en de omgeving, waarbij natuurontwikkeling, behoud van het kleinschalig cultuurlandschap, het zichtbaar maken van de cultuurhistorie, waterberging en recreatie centraal staan. Op de plek waar de heren van Amersfoort in 1252 een kasteel stichtten, wordt een nieuw eigentijds kasteel gebouwd, in de vorm van een aantal plastische woongebouwen (ontworpen door architecten Claus en Kaen). Momenteel is het oude kasteelterrein niet als zodanig herkenbaar. De bouw van het nieuwe kasteel maakt de bijzondere historische betekenis van de plek weer zichtbaar. De kasteelgrachten worden opnieuw uitgegraven, oude zichtassen worden hersteld en er worden nieuwe bossen aangeplant. De toekomstige kasteelbewoners komen te leven in een groene oase met een eigen kasteelpark.

Ook de natuur krijgt nieuwe kansen op het landgoed. Droge en natte landgoedbossen worden hersteld en uitgebreid. In het beekdal van de Barneveldse Beek worden hooilanden ontwikkeld en in de beek zelf worden vispassages aangelegd. Nieuwe wandel- en fietsroutes maken het landgoed toegankelijk en beleefbaar. Met deze nieuwe inrichting en functies wordt Stoutenburg weer aantrekkelijk voor bezoekers en wordt het terrein duurzaam veiliggesteld als een samenhangend en levend landgoed. Het beheer blijft in handen van het Utrechts Landschap.