Plan Holle weg
Wegen en infrastructuur Plan holle weg (2000)
Initiatief en ontwerp Regionaal Landschap Noord-Hageland vwz (Vlaanderen)
Welke rol kunnen historische wegen spelen in de ontwikkeling van het landschap? De lopende discussie over de gebrekkige ontsluiting en toegankelijkheid van het landelijk gebied maakt deze vraag uiterst actueel. En het antwoord ligt voor de hand: juist historische paden- en wegenpatronen vormen een prima basis voor de uitbouw van een fijnmazig recreatief netwerk van wandel- en fietspaden of ruiter- en vaarroutes. Door de na-oorlogse ruilverkavelingen zijn veel onverharde paden verdwenen, maar in het verkavelingspatroon zijn de oude tracé's soms nog terug te vinden. Paden zijn in recreatief opzicht veel interessanter als ze historische wegen volgen en als er een verhaal over te vertellen is. Historische wegen liggen vaak ook logisch in het landschap, bijvoorbeeld gekoppeld aan hogere delen of watergangen of als verbinding tussen bijzondere plekken. Ze vormen dus ook logische -en aantrekkelijke- recreatieroutes. Gebruik als recreatieroute maakt de historische wegen beleefbaar en is een garantie voor behoud en beheer. Helaas wordt de aanleg van nieuwe wandel- of fietspaden in de praktijk vaak overheerst door allerlei pragmatische overwegingen: waar is toevallig grond beschikbaar, welke eigenaar wil meewerken, wat is de kortste verbinding, waar kunnen we gebruik maken van bestaande paden. Daardoor worden kansen gemist om historische wegen of patronen meer integraal te ontwikkelen. Ook ontbreekt het hiervoor vaak aan instrumenten en een krachtige uitvoeringsorganisatie. Zelfs in de nieuwe landinrichtingsprojecten, waar verbetering van de recreatieve ontsluiting een expliciet doel is, wordt zelden een samenhangende visie ontwikkeld op het benutten van historische infrastructuur voor de recreatieve ontsluiting: het blijft knip- en plakwerk. Hier ligt nog een hele opgave: oude kerkenpaden, jaagpaden, tiendwegen, veedriften en andere historische wegen en paden zouden veel systematischer opengesteld, hersteld en aan elkaar geschakeld kunnen worden tot doorgaande routestructuren.
Een andere kans voor een meer ontwikkelingsgerichte aanpak van historische wegen is de ontwikkeling van cultuurhistorische themaroutes. Hier zijn al veel voorbeelden van. De ontwikkeling van dergelijke routes kan een aanleiding zijn om gericht ontbrekende schakels te herstellen en om extra aandacht te geven aan de inrichting en het beheer van bijzondere elementen langs die routes. Denk bijvoorbeeld aan een dijkroute met daaraan monumentale dijkwoningen en erven, wielen, gemalen of inlaatwerken. Juist de samenhang tussen de historische weg en de omgeving draagt bij aan de cultuurhistorische waarde en aan de recreatieve belevingswaarde. Ze vertellen het verhaal van een gebied en de historische weg vormt als het ware de samenbindende verhaallijn.
Ook nieuwe elementen kunnen aan zo'n thematische route worden toegevoegd. Ze kunnen actief bijdragen aan de herkenbaarheid en de identiteit van de route. Een voorbeeld zijn de recreatieve elementen die beeldend kunstenaar Jeroen Hoogstraten ontwierp voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Zijn bankjes, uitzichtspunten, hekjes en bebording zijn vormgegeven in een markante 'huisstijl', die verwijst naar de militaire geschiedenis van het gebied en tegelijkertijd de samenhang versterkt van de aan te leggen 'linieroute'.
Met het Plan Holle Weg wil het Regionaal Landschap Noord-Hageland de waardevolle holle wegen in de negen gemeenten van haar werkingsgebied beschermen en beheren en de aandacht vestigen op hun waarde en kwetsbaarheid. Holle wegen zijn ontstaan in de Late Middeleeuwen door het gebruik van paard en kar langs een vast traject. De rulle grond werd op deze plek losgewoeld en bij iedere regenbui spoelde een beetje aarde weg. Hierdoor holde de weg langzaam uit. Tegenwoordig zijn holle wegen zeer bijzondere landschapselementen met hoge cultuurhistorische waarde. Holle wegen zijn ecologisch waardevol als leefgebied voor planten en dieren en als ecologische verbindingszone. Door de groei van de steden en door de schaalvergroting van de landbouw zijn veel holle wegen in Hageland verdwenen. De overgebleven holle wegen worden vaak slecht onderhouden en hebben te leiden van erosie.
In het plan van het Regionaal Landschap Noord-Hagenland worden de mooiste holle wegen ontdaan van zwerfvuil, de geërodeerde bermen hersteld en het beheer aangepast. Voor het behoud van de holle wegen is het belangrijk dat de 'schouders' goed ontwikkeld zijn. Een schouder is het onbewerkte en begroeide stuk land aan de bovenzijde van het talud, tussen de weg en de aanliggende akkers. Het plan is erop gericht om alle holle wegen te voorzien van voldoende brede schouders, met daarop een begroeiing van bomen en struiken. Hierdoor wordt het talud beter beschermd tegen erosie en komen er minder meststoffen en bestrijdingsmiddelen in de holle weg terecht. Zo worden de holle wegen uitgebouwd tot een samenhangend ecologisch en recreatief netwerk en wordt het historische landschap van het Hageland versterkt.


