Landschap
'Landschap' heeft een groot aantal betekenissen, die kortweg zijn te verdelen in twee groepen. De oudste betekenis is die van een gebied, met inbegrip van de organisatie die dat gebied beheert (vergelijk de term 'waterschap'). Deze betekenis van 'gebied' komen we nog tegen in de historische aanduiding van Drenthe als 'de olde landschap'. Maar ook de betekenis die de meeste landschapsecologen hanteren, die landschap omschrijven in termen van relaties, zit erg dicht bij die oude betekenis. Een voorbeeld is de volgende definitie: 'een landschap is een relatiestelsel dat is ontstaan en in stand gehouden door een samenstel der werkingssferen en dat een door zijn uiterlijke verschijningsvorm te onderscheiden deel van de terrestrische ruimte is' (Schroevers, 1982). We kunnen de elementen en structuren waaruit dat landschap is opgebouwd, beschrijven en in kaart brengen. Rond de 16e eeuw begonnen schilders in de Lage Landen afbeeldingen van gebieden te maken, die aangeduid werden als 'landschappen'. Vanaf die tijd kon een landschap aan de muur worden gehangen. Vervolgens werd ook het afgebeelde object zelf meer en meer als 'landschap' aangeduid. 'Landschap' werd daarmee een visueel begrip, dat verwees naar een esthetische belevenis, een soort driedimensionale ansichtkaart. Meestal zullen we een landschap vooral in visuele termen beschrijven: als mooi of lelijk, als open of gesloten. Dit is een subjectieve beleving: wat we zien is in feite een compositie die we in ons hoofd maken. Verschillende perspectieven van waaruit naar het landschap kan worden gekeken zijn verzameld in het boek 'Landschap in meervoud' (Kolen en Lemaire, 1999)


