Deze website gaat over cultuurhistorisch landschapsbeheer: het beheer van landschappen en landschapselementen op een wijze die ze in stand houdt en die recht doet aan hun historische waarde. Veel landschapselementen danken hun bijzondere belang aan een historische beheervorm. Heidevelden ontstonden door langdurige verschraling door beweiding en plaggen steken en kunnen alleen behouden blijven door voortgezet beheer. Knotbomen en hakhout behoren tot de meest kenmerkende landschapselementen en ook deze kunnen alleen behouden blijven door een historische beheervorm, die respectievelijk bestaat uit knotten en afzetten, te continueren. Cultuurhistorisch beheer betekent beheer dat zoveel mogelijk op dezelfde wijze wordt gevoerd als in een vroegere periode. We zullen daarom in dit boek veel aandacht besteden aan oude beheerprakrijken.
Alvorens in te gaan op het beheer zelf, is het van belang een aantal termen goed te omschrijven. Termen als 'natuur' en 'landschap' worden door veel mensen dagelijks gebruikt, maar zijn tegelijk complexe begrippen met een lange geschiedenis en uiteenlopende betekenissen. Ze zorgen daardoor voor veel verwarring. Zo zijn er veel mensen die beide termen als synoniemen gebruiken, waarbij ze meestal doelen op het land buiten de stad. Nog steeds is het in het spraakgebruik normaal om te zeggen dat je de natuur in gaat als je gaat fietsen door een veenweidegebied of door een Veluwse dennenakker. De term 'natuur' staat dan voor groen, voor landschappen die bevolkt worden door levende planten en dieren.
In het Nederlandse beleid worden de beide termen wel duidelijk onderscheiden. Daar wordt de term 'landschap' gebruikt voor dat deel van onze omgeving dat door mensen is vormgegeven, terwijl 'natuur' gaat over het deel dat 'vanzelf' groeit of is gegroeid. Maar ook dat onderscheid is te simpel, omdat natuur ook een landschap kan vormen en ieder landschap natuur omvat. In de volgende paragraaf zullen we daarom eerst een serie begrippen uitleggen.
