topleft
topright
Heidevelden
Meer weten?

Literatuur
• Baas, H., e.a. (2005), Leestekens van het landschap : 188 landschapselementen in kort bestek. Landschapsbeheer Nederland, Utrecht.
• Munkhof, P. van den (1991), Jeneverbessen: Levende herinneringen aan armoede en ellende. Natuurhistorisch maandblad 80. pp. 162-170; 191-195.
• Smidt, J.T. de (1982), De Nederlandse heidevegetaties. KNVV, Hoogwoud (Wet. Med. 144, 2e druk)
• Spek, T (2004), Het Drentse Esdorpenlandschap; een historisch-geografische studie. Utrecht.

Websites en organisaties
• Landschapsbeheer Drenthe, www.landschapsbeheerdrenthe.nl
• Staatsbosbeheer, www.staatsbosbeheer.nl
• Natuurmonumenten, www.natuurmonumenten.nl
• De Landschappen, www.de12landschappen.nl
• Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, www.cultureelerfgoed.nl
• Jeneverbesgilde, www.jeneverbesgilde.nl

 
Ecologische waarden

Heidevelden hebben een bijzondere ecologische waarde, omdat ze een niet-natuurlijk biotoop zijn. Door het ingrijpen van de mens zijn de omstandigheden er extremer geworden waarvan heideplanten -en diersoorten profiteren. Voorbeelden zijn de heidekikker, het heideblauwtje en het gentiaanblauwtje met zijn waardplant klokjesgentiaan. Veel aan heidebiotopen verbonden soorten zijn bedreigd of in grote delen van het land verdwenen, zoals de korhoen, grauwe klauwier, wolverlei, wilde tijm, heide kartelblad en grote wolfsklauw.

 
Achtergronden

Van de middeleeuwen tot circa 1900 diende de heide in het landbouwsysteem als leverancier van voedingsstoffen voor de akkers. Dit gebeurde op meerdere manieren: weiden, maaien of plaggen steken.
De heidevelden werden met vee (vooral schapen) beweid. 's Nachts en in de winter werd het vee op stal gezet. De daar gedeponeerde mest diende ter bevruchting van de akkers.
Het maaien gebeurde op twee manieren, met zeis of sikkel of met plaggen- of heidezicht. Het met een zeis afgesneden materiaal werd of als strooisel in de stallen gedeponeerd, als wintervoer aan het vee gegeven of als brandstof voor ovens gebruikt. Bij het maaien met een plaggenzicht of heidezicht werd ook de strooisellaag meegenomen.
Het steken van plaggen gebeurde met een plaggenschop. De zandhoudende plaggen werden in de stallen gebruikt als strooisel en daarna samen met de mest over de essen gestrooid. Plaggen met weinig zand werden ook gebruikt als bouwmateriaal bijvoorbeeld voor waterputten, schaapskooien of op de nok van boerderijdaken.

Stuifzand
Soms werden heidegebieden zo intensief afgeplagd en beweid dat de vegetatie verdween en er zandverstuivingen ontstonden, waarbij het zand soms tot op het grondwater wegstoof. Vaak raakten de naastgelegen heide en bouwland onder het zand. Dit probleem deed zich vooral vanaf de 16e eeuw voor, al bestaan er ook oudere stuifzanden. Men probeerde de verstuiving tegen te gaan door aanplant van bomen en de aanleg van singels en wallen. Daardoor zijn vooral in de 19e eeuw veel stuifzandcomplexen vastgelegd.
De huidige stuifzandgebieden in Nederland - het verschijnsel komt alleen voor op de zandgebieden van Noordwest-Europa - worden kunstmatig ‘levend' gehouden door de opkomende begroeiing regelmatig af te plaggen. De recreatieve aantrekkelijkheid van deze gebieden speelt daarbij in het voordeel van het stuifzand. De voornaamste cultuurhistorische waarde van stuifzand zit in het feit dat het door roofbouw van de mens ontstaan is en dat ze vaak oude bodems en archeologische relicten, soms hele dorpen, bedekken.

Jeneverbesstruweel
De gewone jeneverbes is een inheemse, struweelvormende plant van de droge zandgronden en duinen. Ze kwamen in heel Nederland op de heide voor, maar zijn momenteel in het zuiden van het land vrijwel verdwenen. In Drenthe en plaatselijk in Overijssel komen nog veel struwelen voor. Vanwege de bessen die ze leveren voor de jeneverbereiding werden ze gekoesterd. Bovendien deden er verhalen de ronde dat er goede geest in jeneverbesstruiken leefden. Hierdoor werden ze zelden gekapt. De jeneverbes is nu bedreigd doordat er nauwelijks jonge aanwas is. Naar de oorzaken daarvan vindt onderzoek plaats.

Schaapskooi
Een schaapskooi is een meestal nabij de boerderij gelegen stal voor schapen. Soms lagen ze ook midden op de heide, hetgeen als voordeel had dat de schapen niet telkens over grote afstand vervoerd hoefden te worden. Het vloeroppervlak van een schaapskooi loopt aan de uiteinden meestal spits toe. Hierdoor kon de kudde beter gecontroleerd naar buiten komen. Schaapskooien zijn een herinnering aan de voormalige functie van de heide in de agrarische bedrijfsvoering. Ze zijn hier en daar opnieuw in gebruik genomen in verband met het beheer van de heide of hebben een nieuwe functie gekregen, bijvoorbeeld als bezoekerscentrum.

Wegen
Over de weidse heidevelden liepen belangrijke verbindingswegen, de zogenaamde Hessenwegen. Deze wegen ontstonden begin 17e eeuw speciaal voor de zogenaamde Hessenwagens. Deze wagens van reizende kooplieden waren breder dan de lokale wagens en hadden andere sporen nodig. Daarom liepen die wegen vaak buiten de bewoonde wereld om, dus over de heide. Resten van deze karrensporen komen nog veel voor op de heide.

Celtic fields, grafheuvels en urnenvelden
Juist omdat heidegrond vaak relatief weinig verstoord is, treffen we er veel zichtbare en onzichtbare archeologische waarden als celtic fields (zie beheermodel Celtic fields) en grafheuvels en urnenvelden (zie beheermodel Grafheuvel en urnenveld). Bij het beheer van de heide is het dan ook belangrijk op de eventuele aanwezigheid van deze archeologische elementen gespitst te zijn. Het reliëf en bodemprofiel geven hiervoor aanwijzingen. Het is van groot belang dat microreliëf niet verloren gaat. Plaggen bijvoorbeeld is in dergelijke situatie ten zeerste af te raden.

 
Een beheerder aan het werk

"Als vrijwilligersgroep vormen we goede pr voor de beheersinstantie"

De Veluwe staat bekend om zijn uitgestrekte heidevlakten. Staatsbosbeheer laat een groot deel van het beheer uitvoeren door vrijwilligersgroepen. Aart Buurma is coördinator van één van die groepen.

Over welke elementen hebben we het hier?
Wij beheren de heidecomplexen van Staatsbosbeheer rondom Kootwijk, waaronder het Kootwijkse Veld, de Regelbergen en de Hoog Buurlosche heide. Het grootste deel van de heide wordt niet begraasd, op een stuk van Hoog Buurlo na, waar een schaapskooi is.

Wat is de taakverdeling tussen Staatsbosbeheer en de vrijwilligers?
Staatsbosbeheer is eindverantwoordelijke en bepaalt in principe de vorm van het beheer. Wij voeren dat uit, maar we doen ook aanbevelingen aan de hand van onze ervaringen. Van Staatsbosbeheer betrekken we het nodige materiaal, gereedschap, zitbankjes en schaftwagen.

Uit wat voor mensen bestaat de vrijwilligersgroep?
In de eerste plaats zijn er veel vutters en gepensioneerden, maar daarnaast ook een flink aantal jongere mensen met een kantoorbaan die in het weekend de handen uit de mouwen willen steken. Het is een gezellig sociaal gebeuren. Tijdens de pauze vertelt altijd wel iemand een verhaal over de heide en de natuur. Zo steek je wat op en raak je bewust welk doel het werken in de natuur dient.

Zijn er ook andere partijen die deelnemen aan het beheer?
Als vrijwilligers kunnen we niet al het werk aan. Daarom wordt het grootschalige en grovere werk uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Op deze manier houden wij tijd over voor afwisselend werk in uiteenlopende natuurgebieden.

Waaruit bestaan de werkzaamheden?
Onze grootste en belangrijkste taak is het weghalen van vliegdennen. De kleintjes kun je er zo uittrekken of beter nog steken met de spade. De grotere dennen zagen we om. De wortels mogen blijven zitten, want de den zal niet opnieuw uitlopen. Hier en daar verwijderen we ook prunussen. Die moeten wel met wortel en al verwijderd worden om uitlopen te voorkomen.

Is het weghalen van opslag het enige werk dat jullie doen?
Nee, we doen ook veel andere dingen, vooral voor soortenbescherming. Zo maken we plagplekken voor reptielen. Zij zonnen graag op het kale zand. We leggen stapels hout neer als vlucht- en schuilplek voor dieren. Hier en daar laten we een grove den staan voor bijvoorbeeld de roodborsttapuit en de sabelsprinkhaan. Ook proberen we andere terreintypen in stand te houden, zoals de korstmosvlakte bij de Kathedraal van Radio Kootwijk.
 
Zijn er nog specifieke elementen waar in het beheer rekening mee gehouden wordt?
Er liggen enkele grafheuvels op de heide. Deze beheren we met de heide mee om ze open te houden. Onlangs hebben we een ongeveer twee kilometer lange schapendrift van het dorp naar de hei vrijgemaakt van opslag.

Hebt u aanbevelingen?
• Het is belangrijk om plezier te beleven aan het werk. Het is ook een sociaal samenzijn en je steekt er wat van op, buiten het feit dat het erg nuttig en waardevol werk is. Dat is een voordeel van vrijwilligerswerk boven uitbesteding denk ik. Beroepsmensen doen het toch vaker gewoon omdat ze er geld voor krijgen en niet omdat ze speciale affiniteit met het gebied of soorten hebben. Vrijwilligers hebben meer aandacht voor details. Ze voeren het kleinschalig beheer zorgvuldiger uit, is onze ervaring. Ze kunnen meepraten over het beheer vanuit hun opgedane natuurkennis en het werken in de praktijk.
• Breng variatie aan in de werkzaamheden, zo blijft het interessant. Leg ook uit aan vrijwilligers en recreanten waarom beheermaatregelen gedaan worden. Zorg dat regelmatig een ander gebied en een ander type landschap onder handen genomen wordt.

 
Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
De heide is in haar voortbestaan volledig afhankelijk van menselijk handelen. Doen we niets, dan zal uiteindelijk het bos zich gaan herstellen. De grootste bedreiging vormt dan ook het veranderen of het achterwege blijven van het beheer. Plaggenlandbouw wordt sinds de invoering van kunstmest - in Nederland rond 1900 - niet meer toegepast. Ook het weiden van vee op de hei komt binnen de reguliere agrarische bedrijfsvoering niet meer voor. Door het rijker worden van de bodem (geen afvoer meer van voedingstoffen en wel aanvoer via de lucht) verdringen grassoorten als het pijpestrootje en bochtig smele de heideplanten en ontstaat er opslag van bomen. De heide verruigt en na verloop van tijd ontstaat bos.
Aan de andere kant vormt een té intensief gebruik van de heide ook een bedreiging vanwege het risico op verstuiving. Als de heide geen kans krijgt om het zand vast te leggen, ontstaan zandverstuivingen. Vanaf de 16e eeuw is dit op meerdere plaatsen gebeurd en is veel cultuurland (en soms hele dorpen) verdwenen onder het stuifzand. Hoewel stuifzand een cultuurhistorisch fenomeen op zich is, is het voor de heide niet gunstig.
Op de heide zijn veel historisch-geografische en archeologische elementen te vinden, zoals celtic fields, oude karrensporen, grenswallen, urnenvelden en grafheuvels. De aanwezigheid van deze elementen is te danken aan het relatief extensieve gebruik van de heide en het niet aantasten van het bodemprofiel door boomwortels. Door slecht beheer van de heide (zowel gebrek aan onderhoud als verkeerd onderhoud) kunnen deze elementen beschadigen of verdwijnen.

Behoud en consolidatie
De optie ‘niets doen' betekent op termijn het verdwijnen van de uitgestrekte weidse heidevelden: de heide zal vergrassen en de natuurlijke successie komt op gang. Een door mens gemaakt cultuurhistorisch landschap op de zandgronden gaat daarmee verloren. Ook verdwijnen de extreme omstandigheden die de heidevelden aantrekkelijk maken voor bepaalde planten- en diersoorten. Om de heide intact te houden is het nodig om te plaggen en/of begrazing in te voeren.
Door te plaggen worden overtollige voedingsstoffen afgevoerd en blijft de bodem te arm voor pijpestrootje. Daarbij moet men wel rekening houden met ongewenste bijwerkingen. Zo bestaat bij machinaal plaggen het gevaar dat aardkundig en ecologisch waardevol reliëf verloren gaat.
Ook gefaseerd beheer binnen een heidecomplex is van belang. Zowel uit ecologisch als uit esthetisch oogpunt is het gewenst dat slechts een deel van de heide gelijktijdig wordt geplagd en niet alles ineen.
Begrazing is een goede methode om de heide te laten verjongen en om opslag van bomen tegen te gaan. Schapen, maar ook geiten en runderen, kunnen hierbij een functie vervullen. Te intensieve begrazing kan negatieve gevolgen hebben voor de heide. Enerzijds kan te veel mest de heide vergrassen, anderzijds leiden flora en fauna er onder en bestaat er risico op verstuiving.

Restauratie
Verruigde heidegebieden kunnen gerestaureerd worden door de bomen te kappen, de vegetatie te maaien en af te voeren en de bodem te plaggen. Na verloop van tijd zullen de heideplanten weer opkomen, waarna een heidebeheer ingesteld kan worden. Heideherstel vraagt om landschappelijke intensieve ingrepen. Recreanten en natuurliefhebbers kunnen het als erg negatief ervaren. Vaak is het gefaseerd uitvoeren van de maatregelen een optie. Dit voorkomt een visuele kaalslag in het landschap. Echter waar zeldzame planten en dieren voorkomen, is het kappen van het bos niet wenselijk.

Reconstructie
Heidevelden die in het verleden ontgonnen zijn voor land- of bosbouw kunnen teruggebracht worden in de oude staat. In het geval van bosbouw is dezelfde methodiek toe te passen als bij restauratie, zij het dat er mogelijk herintroductie van voor heide kenmerkende soorten nodig is vanwege de lange afwezig daarvan.
Akker- of weidegebieden zijn aanzienlijk lastiger om te vormen tot heidevelden. Door de jarenlange aanvoer van (kunst)mest zijn de bodems verrijkt met fosfaat en stikstof. Voor heideontwikkeling dient dan de bovengrond afgegraven te worden.

Behoud door ontwikkeling
Heidevelden worden gezien als kenmerkende stukken natuur in Nederland en genieten veel waardering van natuurliefhebber, recreanten en beleidsmakers. Daarnaast zijn enkele heidevelden in gebruik als militair oefenterrein. Tevens zijn heidevelden belangrijke vindplaatsen van cultuurhistorische relicten.
Beheerders van heidevelden kunnen meerdere van deze functies (gaan) combineren als ze rekening houden met de historische waarde van de heide. Zolang de bodem niet op de schop gaat en het gebruik niet al te intensief wordt, is medegebruik een goede methode om de heide een grotere waarde toe te kennen in de maatschappelijke context.

 

 
Meer...
Joomla Template by Nieta