|
|
Ontginning is het omzetten van 'woeste gronden' in landbouwgrond. Het opdelen en inrichten van die gronden gebeurde vaak volgens bepaalde patronen. Dat patroon waarmee de ontginning is onderverdeeld noemen we de verkavelingvorm. De belangrijkste criteria bij het onderscheiden van verschillende perceeltypen zijn de regelmaat, de vorm en de schaalgrootte.
De vorm en de schaal zijn vaak bepaald door natuurlijke, praktische en/of juridische omstandigheden in het gebied. Belangrijk is bijvoorbeeld het wel of niet bestaan van een afwateringsprobleem. Zowel kleine eenmansontginningen als grote centraal geleide ontginning kwamen voor. Hoe recenter een ontginning is, hoe grootschaliger die gewoonlijk zal zijn. De oudste ontginningen liggen in Nederland op de löss van Zuid-Limburg en in de diverse zandgebieden. Moderne verkavelingspatronen zijn die van de IJsselmeerpolders (Wieringermeer, Noordoostpolder en de Flevopolder). Naast de - vaak oude - onregelmatige ontginningen kennen we blokvormige verkavelingen, strookvormige en streepvormige. De verschillende typen worden hieronder besproken; de genese van de verschillende landschapstypen wordt elders in dit handboek besproken.
De verkavelingvorm bepaalt in grote mate het aanzicht van een landschap, met name omdat er grote samenhang bestaat met allerlei punt- en lijnvormige landschapselementen. Als kavelgrenzen zijn in de laag-gelegen gebieden sloten gebruikt. Op de hoger gelegen gebieden gebruikte men veelal groene elementen als singels, houtwallen en heggen. In de verkaveling is veel informatie terug te vinden over de ontginning en de latere geschiedenis van het landschap. Veranderingen in bijvoorbeeld waterhuishouding en grondbezit laten namelijk hun sporen na in de verkaveling. Ook bevolkingsgroei en het erfrecht drukten hun stempel op deze structuur. Het is erg belangrijk dat de variatie zoals die nu nog bestaat in stand wordt gehouden. En ook bij nieuwe ontwikkelingen zou men in kunnen spelen op de traditionele verkavelingstructuur van een gebied, zodat een klein deel hersteld kan worden van de vele kavelgrenzen die verdwenen zijn.
|
|
|