|
|

De archeoloog Besteman definieert een motte als volgt: "Een motte is een geheel of gedeeltelijk kunstmatige heuvel met een regelmatige vorm en steile zijden, die gewoonlijk door een droge of natte gracht omgeven wordt. De constructie heeft tot doel de op zijn afgeplatte top staande versterkingen beter te verdedigen en de omgeving te beheersen. Vaak is er een lager gelegen voorburcht aan de motte toegevoegd." Hij gaat daarbij uit van een minimale hoogte van drie meter.
De behoefte aan deze speciaal voor militaire doeleinden gebouwde versterkingen ontstond waarschijnlijk in de elfde of twaalfde eeuw. Voor die tijd bestonden al verdedigbare boerenhoeven met een ringgracht. Het is ook mogelijk dat de oudste mottes uit de tiende eeuw dateren. Vaak lagen ze langs belangrijke handelsroutes of bij belangrijke kruispunten. Als locatie werd een verdedigbare plaats gekozen, bijvoorbeeld een hoogte of een landpunt die aan twee kanten door rivierwater omgeven was of in een drassig gebeid lag. Mottes golden ook als een statussymbool.
Mottes zijn overal in Europa gebouwd en dus niet kenmerkend voor Nederland. In ons land komen ze voor in de provincies Gelderland, Limburg, Zeeland, Zuid-Holland, Friesland en Overijssel. Mottes zijn belangrijk omdat ze verbonden zijn met oude grenzen, doorgaande routes en andere militaire elementen, zoals schansen en wallen. Langs grensgebieden van twee machtsinvloeden werden er waarschijnlijk meer aangelegd. Ze geven belangrijke in formatie over indeling van het land in de late Middeleeuwen in machtsgebieden en de ligging van belangrijke doorgaande routes. Ze zijn verbonden met voormalige bebouwde plaatsen, voorburchten, tolplaatsen en mogelijk bij het huis horende boerderijen.
|
|
|