topleft
topright
Hoogstamboomgaard


Wat en waar

 

Nog niet zo lang geleden bestonden bijna alle boomgaarden in Nederland uit hoogstambomen: bomen met pas op 1 meter 75 tot 2 meter hoogte de eerste dwarstakken. Na 1945 is dat bestand met grote voortvarendheid uitgedund, onder andere dankzij een rooipremie van de Europese Gemeenschap.

Inmiddels worden er uit landschappelijke en ecologische motieven weer hoogstambomen aangeplant, maar de oppervlakte is nog maar een fractie van de oppervlakte die kort na de Tweede Wereldoorlog bestond. Het zijn nog wel steeds de traditionele fruitgebieden waar nu nog restanten van oude boomgaarden liggen en waar ook de nieuw aangelegde hoogstam boomgaarden te vinden zijn. Relatief veel hoogstamboomgaarden liggen dan ook in het rivierengebied van Gelderland en in Zuid-Limburg. In de veenweidegebieden liggen nog vrij veel kleinere hoogstamboomgaarden in regio's die aan rivieren grenzen: daar is door afzetting van rivierklei een geschikte groeiplaats ontstaan. In Zeeland zijn hoogstamboomgaarden verdwenen door de overstromingen van de Tweede Wereldoorlog en van 1953. In het rivierengebied komen op kleigebieden nog veel huis- en boerenboomgaarden voor, vaak naast grote laagstam productieboomgaarden.

In de drie noordelijke provincies zijn hoogstamvruchtbomen schaars. Op de zandgronden zijn ook bijna alle boomgaarden verdwenen. In Noord-Holland komen nog wel boerenboomgaarden voor, bijvoorbeeld de kenmerkende exemplaren in oude droogmakerijen (zoals Schermer en Beemster). Daar lag de boomgaard op een apart eiland, evenals de moestuin en de melkbocht. Om het gehele complex (en het eigenlijke erf) lag dan een houtsingel. Deze indeling dateert waarschijnlijk uit de 17de eeuw.
Oude boomgaarden wijken af van de meer moderne doordat er allerlei verschillende fruitsoorten door elkaar zijn geplant en doordat er bomen van verschillende leeftijden in staan. Bovendien wordt de grond onder de bomen als weide gebruikt.

 
Joomla Template by Nieta