Verveningselementen (laagveen)

Ecologische waarden

Het verveningslandschap bestaat uit verschillende deelbiotopen met elk zijn eigen waarde. Door de verschillende verlandingsstadia zijn deze waarden erg hoog. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is verlanding echter niet altijd wenselijk, omdat dit de historische waarde van het verveningslandschap aantast. Op voedselarme legakkers kunnen zich waardevolle natte en schrale graslanden ontwikkelen. Hier groeien verschillende zeldzame zeggensoorten, het geelhartje en parnassia. Voor vogels als wulp en watersnip en voor vlinders als moerasparelmoervlinder en zilveren maan is dit een goed habitat. Voor schraal grasland is een maaibeheer nodig van één of enkele malen per jaar, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Door dit gevarieerd te doen ontstaan verschillende ontwikkelingsstadia op een kleinschalig niveau. Ook dit is gunstig voor de biodiversiteit. Op oevers met rietbegroeiing komen soorten voor als rietorchis, grote karekiet en verschillende libellensoorten.