Een beheerder aan het woord
"Takkensloten op Terschelling"
Op Terschelling heeft twee keer een ruilverkaveling plaatsgevonden. Kleinedelen van het cultuurlandschap op het eiland zijn daar echter buiten gebleven en hebben nu nog hun oude kleinschalige karakter. Zo liggen er ten oosten van Oosterend nog smalle percelen met elzensingels ertussen. Freek Zwart van Staatsbosbeheer vertelt daarover.
Om welk element gaat het?
Het zijn elzensingels die langs sloten staan tussen kleine percelen. Ze liggen in de binnenduinrand als een smalle band over de hele lengte van het eiland. Ten oosten van Oosterend zijn er nog delen intact, zowel binnen als buiten de Dwarsdijk.
Wie is eigenaar en beheerder?
Staatsbosbeheer is eigenaar van een aanzienlijk deel van de elzensingels, en de akkertjes die er tussen liggen. Vroeger waren dat bouwlandjes voor rogge, haver, bonen en aardappels. Een eiland als dit moest zo veel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Zo werden ze in het kader van het Oerol (het overalweiderecht) nadat de oogst binnen was begraasd. Staatsbosbeheer heeft in 1910, toen het duingebied in beheer kreeg en er bos aangelegd moest worden, dit Oerol afgeschaft.
Welke partijen nemen deel aan het beheer?
Staatsbosbeheer en de eigenaren van het grasland. Ook de gemeente en destichting Ons Schellingerland tonen zich betrokken bij het behoud van de singels.
Wie financiert het en wie regelde de aanvraag van de financiering.
De singels vallen niet onder het Programma Beheer, want dit geldt als een zeekleigebied en daarop komen volgens die regeling elzensingels niet voor. Er is daarom door Staatsbosbeheer heel veel tijd gestoken in een aanvraag bij de provincie. Die is gehonoreerd, maar de administratieve voorwaarden waren dusdanig dat de uitvoering niet haalbaar was.
Hoe kwam de historische informatie boven tafel?
Twee stagiaires hebben in 2001 een verslag geschreven over deze singels. Ze werkten met oude topografische kaarten. Hun conclusie is dat sinds 1932 30 tot 75 % van de elzensingels is verdwenen.
De elzensingels hadden vroeger een houtleverende en windkerende functie. Door lange perioden met droge oostenwind waren de akkertjes verstuivinggevoelig. Hout was een kostbaar goed op het eiland: er lagen toen nog geen bossen. Voor de bouw van huizen werd trouwens vaak aangespoeld hout gebruikt. We zien nu nog huizen met scheepsmasten of eikenhouten scheepsspanten in de bouwconstructie.
Tussen de twee rijen elzen lag altijd een sloot, vooral om water af te voeren. Het element heet op Terschelling dan ook 'Takkensloot'. Er was namelijk sprake van een kwelsituatie en er liep water af vanaf de duinen, dat stagneerde op ongeveer 0 meter NAP. Pas bij de eerste ruilverkaveling (1950) is de afvoer van het water naar de Waddenzee goed geregeld. Nu zijn de sloten tussen de elzen vaak verdwenen of bijna verland.
Is er uitgegaan van de historische functie of van een nieuwe?
Destijds waren dit bouwlandjes, dus de sloot had geen functie als veekering. Nu is het vaak grasland, maar de schapen en paarden worden gekeerd door afrastering. Voor het hout hoeven de singels niet meer onderhouden te worden. Als windkering hebben ze nog wel een functie. Verder hebben ze nu een cultuurhistorische en landschappelijke waarde, waar Staatsbosbeheer zich ook sterk voor maakt. En vaak onttrekken ze tegenwoordig verblijfsrecreatieterreinen aan het oog. Omdat de grond hier erg schraal was werden juist in deze zone dergelijke terreinen aangelegd.
Wat is er precies gedaan?
Nu het bij de subsidieaanvraag horende plan voor aanpak van achterstallig onderhoud is gestrand zal Staatsbosbeheer in overleg met de pachters van de tussenliggende percelen de singels op eigen terrein gaan beheren. In het kader van ruilverkaveling zijn ook singels aangeplant. Helaas zijn daar ook streekvreemde soorten als lijsterbes, meidoorn en zelfs witte els bij gebruikt.
Zijn er onverwachte ontwikkelingen?
Het afwijzen van de subsidieaanvraag was een grote tegenvaller. Daarin was ook een vergoeding voor de particulieren geregeld, waarmee zij enthousiaster zouden worden voor het in standhouden en zelf beheren van de singels.
Een meevaller is het draagvlak bij een groot deel van de bevolking en bij de gemeente voor het behoud van de takkensloten. Ze staan ook in het landschapsontwikkelingsplan van de gemeente.
We zien ze nu op allerlei plaatsten waar ze in particulier bezit zijn nog steeds achteruit gaan.
Op locaties zoals in de Kooibosjes waar Staatsbosbeheer het hele gebied in eigendom heeft is het achterstallig onderhoud weggewerkt (er stond hout van 40 jaar oud!) en wordt het hout nu in een cyclus van ongeveer 15 jaar afgezet.
Wat gaat er nu gebeuren?
Waar nodig wordt tegelijk met het afzetten van het hout de sloot hersteld, zodat de afwatering beter wordt. Daarnaast worden er nieuwe elzen geplant. Het is een arbeidsintensief karwei, want overal moeten eerst de oude rasters weggehaald worden, en vervolgens herplaatst
Wat zijn de knelpunten in de praktijk?
Er moet veel overlegd worden.
De eigenaar van de percelen komt hier voor kosten te staan waarvoor geen vergoedingsregeling bestaat. Er moet ook een regeling komen voor de subsidiering van rasters. We zien nu toch op veel plaatsen de elzensingels achteruit gaan door verwaarlozing en vraat van bijvoorbeeld paarden. Soms blijft ook de nazorg van afgezette singels en van nieuwe aanplant achterwege.
Deze elzensingels, die ook internationaal uniek zijn voor waddeneilanden, passen niet in de subsidieregelingen. Dat is niet goed uit te leggen en zou moeten veranderen.
Heb je aanbevelingen?
- Zorg ervoor dat meer mensen doordrongen worden van het historisch belang van kavelgrenzen als deze. Maar bijvoorbeeld ook de hakhoutbosjes, zoals die bij de Kooibosjes en het Lergerbos staan.
- Overtuig de mensen ervan dat coniferenhagen hier niet passen.
- Er moet een duurzame vergoeding komen voor zowel herstel als onderhoud van deze bijzondere landschapselementen.
