Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
De schaalvergroting in de landbouw vormt een bedreiging voor de tuinwallen. Ze verliezen bovendien hun waarde als perceelafscheiding. Dat functieverlies is een eerste bedreiging voor hun voortbestaan. Op plaatsen waar een afscheiding nog wel nodig is worden de tuinwallen nu vaak vervangen door het veel minder onderhoud vragende schapengaas of door prikkeldraad. Daarnaast worden tuinwallen bedreigd doordat er geen belangstelling meer is voor het begrazen van langs wegen liggende tuinwallen, waar maaibeheer ook vaak achterwege blijft. Daardoor slaat de min of meer verschraalde toestand om in een toestand van verruiging en verwildering.
Vanaf het midden van de 20ste eeuw ging het aantal kilometers tuinwallen drastisch achteruit. Lag er in 1950 nog 400 kilometer tuinwal op Texel, in 2002 was dat nog maar 167.
Daarmee is er informatie verloren gegaan over de geschiedenis van het gebruik van het landschap en is die geschiedenis minder 'leesbaar' geworden. Ook verloren zo stukken van het landschap een deel van hun visuele waarde en identiteitsbepalende elementen.

Beheeropties

Behoud en consolidatie
Traditioneel worden de zijkanten van de tuinwallen begraasd door schapen, maar soms ook gemaaid en afgeruimd of gebrand. Het maaibeheer dat nu nog plaatsvindt is gericht op het voorkomen van verruiging. Daarom wordt het maaisel afgevoerd. De laatste tijd wordt vaak gekozen voor een combinatie van wallen en palen met schapengaas. Met het gaas wordt voorkomen dat de schapen tegen de wal aanschuren, maar landschappelijk is het minder fraai. De zijkant van de wal kan zo nog wel begraasd worden door de schapen, maar de top verruigt. De grootste natuurwaarde wordt bereikt met het verschralen van de hele tuinwal, dus ook de top.
Op plaatsen waar de top werd begraasd door paarden die op de weilanden liepen bleek dat een goede bestrijding van de verruiging te zijn, die al relatief snel weer soorten als muizenoor en grasklokje opleverde.
Het beheer van de tuinwallen komst steeds vaker bij organisaties als Staatsbosbeheer, de gemeente en bij Landschap Noord-Holland te liggen. Daar spelen vrijwilligers(groepen) en agrarische natuurverenigingen vaak een rol bij. Bij het onderhoud hoort ook het verrichten van kleine herstellende werkzaamheden, zoals het aanvullen van plaatsen waar de wal verzakt is met plaggen. Daarbij moet uiteraard aangesloten worden op de vorm van de wal ter plekke.

Restauratie
Plaggen worden gebruikt om stukken tuinwal te herstellen op plaatsen waar die vroeger lagen. Er zijn verschillende plaggenvormen en verschillende methoden van opstapeling, waarbij de ruimte tussen de plaggen wordt opgevuld met zand. Zo zijn er ruitvormige en dakpanvormige plaggen. Bij restauratie moet worden aangesloten op de delen tuinwal die op dat deel van het eiland nog wel intact of authentiek zijn. Er is op Texel een apparaat ontwikkeld voor het maken van plaggen.

Reconstructie
Op Wieringen zijn tuinwallen gereconstrueerd nadat ze daar helemaal verdwenen waren. De nieuwe wallen worden nu vaak gecombineerd met schapengaas of prikkeldraad. Dat kan het beste zo gezet worden dat de schapen toch het grootste deel van de wal kunnen begrazen: dat voorkomt verruiging. De wallen van Wieringen zijn van nature voedselrijker dan die van Texel, door de meer leemhoudende grond.

Behoud door ontwikkeling
Op de weggetjes tussen de tuinwallen is het prachtig wandelen. De belangstelling daarvoor neemt toe en dat leidt tot een toenemende waardering voor de tuinwallen. Belangrijk voor het voortbestaan van de tuinwallen en voor de continuïteit in het (verschralende) beheer is het bestaan van een subsidieregeling voor aanleg én onderhoud.