Tiendweg, houtkade en landscheidingen

Wat en waar

Een aantal historische landschapselementen heeft een functie als kade gehad in het afwateringssysteem van oude ontginningen in laag Nederland. Gewone dijken en kaden worden besproken in het hoofdstuk Dijktypen, maar hier is aandacht voor drie vrij veel voorkomende andere kaden: de houtkade, landscheiding en tiendweg. Ze hebben een aantal gemeenschappelijke eigenschappen en vergelijkbare vormen van beheer. Het gaat in alledrie de gevallen om lage kaden met meestal aan een of beide kanten een wetering. Ze liggen in ontginningen uit de late middeleeuwen, vaak in laagveengebied en hebben een functie bij het waterstaatkundig gescheiden houden van verschillende gebieden. Ze dateren uit de tijd van de ontginning of - in het geval van de tiendwegen - ontstonden niet lang daarna.

De landscheiding en de houtkade liggen daarbij aan de achterkant van een ontginning terwijl de tiendweg vrijwel altijd ongeveer halverwege een ontginning is aangelegd. Deze drie elementen geven belangrijke informatie over de geschiedenis van het landschap, met name de ontginningsgeschiedenis en het vroege gebruik. Door hun waterscheidende functie zijn ze sterk verbonden met landschapselementen als sloten, vlieten en de later aangelegde boezems en molens.

Kaden en landscheidingen komen vooral voor in het veenweidegebied van Holland en Utrecht. Andere namen die voorkomen zijn achterdichting, achterkade, achterrugge, houtkade, lansing, landseinde, wijzend, wuiver en zuwe.

Historische tiendwegen komen voor in de Lopikerwaard, Alblasserwaard, de Vijfherenlanden, de Krimpenerwaard en ten noorden van de Hollandse IJssel rond Gouda en Oudewater. Verder liggen er tiendwegen langs de Vecht, in het Kromme Rijngebied, en in Noord-Brabant langs de Maas bij Lith en in de buurt van Oosterhout.