Beheer, behoud, ontwikkeling
Aantastingen en bedreigingen
Bomen kunnen direct bedreigd worden, doordat ze gekapt worden, ongezond zijn of doordat ze gevaar op kunnen leveren. Verder kan vandalisme een rol spelen, bemesting en het spuiten met bestrijdingsmiddelen. Het verkeerd snoeien of op een verkeerd moment snoeien van een boom kan ook een aanslag op de gezondheid van de boom zijn, zie de 'beheeropties'. Ook door wegaanleg, uitbreidingsplannen, landinrichting en bebouwing verdwijnen bomen. Daarnaast verdwijnen bomen uiteraard door ouderdom, waarbij er door het beheer van de directe omgeving geen natuurlijke verjonging mogelijk was.
De bomen zelf hebben hoogstens nog wel een beschermde status (al komt dit maar zeer weinig voor, zeker gezien het enorme aantal solitaire bomen), maar dat geldt niet voor de omgeving van de standplaats. Te gemakkelijk worden ingrepen verricht in de omgeving van de boom, zonder dat er rekening mee wordt gehouden dat dit door bijvoorbeeld veranderingen in het grondwaterpeil nadelige gevolgen voor de boom kan hebben. Zo kan het leggen van leidingen in een berm waarin ook een oude beuk staat tot veranderingen in groeiomstandigheden leiden waaraan de oudere boom zich niet meer aan kan passen. Andere ingrepen in de omgeving kunnen het kappen van omringende bomen zijn, waardoor de boom zelf ineens in veel meer zon komt te staan, wat tot verbrandingsverschijnselen kan leiden. Ook hiervoor zijn beuken extra gevoelig. Hetzelfde kan gebeuren bij het te abrupt opsnoeien van de stam. Overrijden van de wortels met zwaar materieel is nadelig en kan door bodemverdichting sterfte veroorzaken. Hetzelfde kan gebeuren door bestrating of asfaltering.
Beheeropties
Behoud en consolidatie
De boom moet minstens eenmaal per jaar geïnspecteerd worden op ziekten, dood hout en beschadigingen. Snoeiwerk wordt daarna verricht wanneer er sprake is van plakoksels, te zwaar wordende horizontale takken, of dubbele en elkaar beconcurrerende kronen. Bij de inspectie moet ook gelet worden op zaken als diepploegen aan de voet van de boom, mogelijke vraatschade door paarden en het verbranden van snoeihout dichtbij de boom.
Het afzagen van takken moet op zo'n manier gebeuren dat de snoeiwond zo klein mogelijk is. Dit kan door goed haaks op de lengte van de tak te zagen en de aanzet van de tak (de 'takkenkraag') te laten zitten. Snoei ook niet te veel takken in een keer van de boom af: geef de boom de kans om vitaal te blijven om zich zo te kunnen wapenen tegen ziekten. Verwijder nooit meer dan een derde van de kroon in één keer. Zaag eerst de takken af die de grootste problemen veroorzaken, wacht met andere en minder dikke takken tot een volgend seizoen. Sommige soorten verdragen geen snoei meer wanneer de sapstroom al op gang is gekomen. Wanneer dat het geval is, is afhankelijk van de strengheid van de winter en de standplaats. Voor de zekerheid kan men die soorten beter niet meer snoeien na 1 januari. Dit geld onder andere voor berken, notenbomen en esdoorns. Prunusachtigen, die gevoelig zijn voor loodglansziekte, moeten in het najaar gesnoeid worden.
De flora- en faunawet verbiedt verstoring van nesten en nestlocaties. Snoei bomen dus niet in het broedseizoen. Als begin van het broedseizoen wordt vaak 1 april gehanteerd. Voor sommige in bomen broedende soorten begint dit echter al eerder, bijvoorbeeld voor uilen. Wordt hout afgezaagd omdat er sprake is van ziekteverschijnselen, dan moet dit afgevoerd worden om te voorkomen dat ze een bron van besmetting gaan vormen.
Restauratie
Bij restauratie en reconstructie gaat het om het opvullen van een gat dat ontstaan is door het verwijderen van een eerder op die plek staande boom. Vervang de oude boom dan door een boom van dezelfde soort, liefst afkomstig uit de eigen streek om zo de traditie voort te zetten.
De beste periodes voor het verrichten van nieuwe aanplant is het najaar, nadat de bomen hun blad hebben verloren. Ook mogelijk, maar minder gunstig is het vroege voorjaar: februari of maart. Het planten moet plaatsvinden op vorstvrije dagen. Het plantgoed hoort tijdens het vervoer en een eventueel kort durende opslag beschermd te worden tegen uitdroging van de wortels. Dat kan door de wortels in te pakken met een natte jute of plastic zak of door liggend plantgoed te bedekken met bijvoorbeeld een zeil. Het plantgoed dagenlang met wortels in water zetten is geen goede methode. Voor de boom wordt een plantgat gegraven van 80 x 80 x 80 centimeter of zelfs 1 kubieke meter. Het plantgat moet zo ruim zijn dat de wortels er wijd in kunnen worden uitgespreid. Aan de windzijde, op ongeveer 15 centimeter van de boom, wordt een boompaal geplaatst waaraan de jonge aanplant met een brede band wordt bevestigd. Die paal wordt gezet voor de boom in het gat staat, om beschadiging van de wortels te voorkomen. Nog beter,en zeer gebruikelijk, is het zetten van twee boompalen.
Is de kroon niet overal even goed ontwikkeld, zet dan het deel met de kleinste takken aan de lichtzijde; het zuiden of westen.
Verschillende rassen kunnen grote bomen worden en daarom moeten ze ver genoeg uit elkaar staan. Zes meter bij bomen met een relatief smalle kroon zoals berken en elzen, acht tot tien meter bij bredere bomen zoals lindes, appels, pruimen en tien tot twaalf meter bij soorten als notenbomen, essen, eiken en beuken.
Reconstructie
Bestaat de mogelijkheid om in een gebied waar bijna alle bomen verdwenen zijn nieuwe bomen aan te gaan planten, probeer dan aan de hand van oude kaarten vast te stellen waar ooit grote solitaire bomen hebben gestaan. Op topografische kaarten zijn de zwaardere solitaire bomen ingetekend! Onderzoek ook welke functie die bomen kunnen hebben gehad. Gaven ze de plaats van een veerpont aan, of bijvoorbeeld een wegkruis? Betrek ook de oude inwoners van het gebied bij de plannen. Zoek naar plaatsen waar bomen kunnen hebben gestaan, zoals kruisingen van wegen of dijken, buitenplaatsen, kerken of kapellen, wegkruisen, opritten naar een veer, coupures in dijken, dorpspleinen.
Behoud door ontwikkeling
Er is veel belangstelling voor bomen, zeker wanneer die iets vertellen over de geschiedenis van een streek of dorp. Elementen als solitaire bomen lenen zich dan ook goed voor wandelingen, met informatie over de bomen in een routebeschrijving of op bordjes bij de bomen zelf. De bomen zijn ook goede kapstokken voor educatieve projecten over de geschiedenis van de eigen streek of over de natuur.
