Een beheerder aan het woord

"De natuurfunctie van sloten wordt steeds breder gedragen"

Sjaak Hoogendoorn is biologisch melkveehouder te Ilpendam. Hij is met zijn gezin in 2001 van het Zuid-Hollandse Driebruggen verhuisd naar het Noord-Hollandse Waterland. Daar is hij direct goed ingeburgerd geraakt als voorzitter van de Agrarische Natuurvereniging Water, Land & Dijken.

Hoe trof je de sloten aan?
Toen ik hier kwam wonen, waren de sloten van mijn huiskavel vol bagger. Er zat nauwelijks water in, laat staan waterleven. Dat was ik wel anders gewend in Zuid-Holland. Daar hadden we mooie heldere diepe sloten, vol waterplanten. En de kanten stonden ook vol bloemen. Dat wilde ik hier ook krijgen.

Hoe heb je het aangepakt?
Rigoureus. Met een kraan is alles uitgebaggerd en de sloot weer op diepte gebracht. Wel voorzichtig, om de bodem, de 'veenplaat', niet kapot te maken. Deze aanpak bleek goed te werken. Sindsdien hoef ik nog maar om het jaar met een baggerpomp door de sloten te gaan en kan ik, bij wijze van spreken, de kanten met de hand doen.

Neem je speciale maatregelen?
Ik zorg er voor dat de bagger niet op de kant komt. Daarmee verschraal ik de oever en geef oeverjarige planten de kans zich te handhaven. Dat doe ik niet alleen omdat ik een soortenrijke slootkant mooi vind, maar ook omdat die planten extra stevigheid geven aan de slootkant. Inmiddels staan langs die saaie slootkanten al veel verschillende soorten, op mijn veenmosrietlandjes ('dergen') zelfs weer rietorchissen.

Heb je overal de zelfde sloten?
Nee, ik heb met diverse soorten te maken. Allereerst de brede voormalige veenstroom met rietkraag en dergen, daarnaast de onderbemalen sloten op mijn huiskavel, enkele brede hoogwatersloten rondom de vaarpercelen en smalle laagwatersloten in een veldkavel.

Hoe ziet je ideale sloot er uit?
Mijn ideale sloot is 2 tot 4 meter breed, 30 tot 80 centimeter diep, slootpeil zomers 40 centimeter onder het maaiveld en 's winters 60, stevige bodem (met 'veenplaat'), klein laagje bagger op de bodem, flauw talud, vol waterleven en bloemrijke kanten.

Schoon je overal op de zelfde manier?
Het beheer van sloten is maatwerk. De brede rietkragen laat ik door de maaiboot maaien, de laagwatersloten doe ik zelf met een maaikorf. En de huiskavelsloten loop ik met de hand langs. Daar is bijna niets te doen. Alle sloten laat ik om het jaar op diepte brengen met de baggerspuit. Dat doet een loonwerker voor me, want die heeft een machine die weinig water opzuigt. Dan gaat niet al het waterleven verloren.

Wat zijn voor jou de belangrijkste functies van je sloten?
Ze voeren het overtollig water af, ze zorgen voor fris drinkwater voor het vee en ze verminderen de inklink van het land. Maar ook het waterleven vind ik belangrijk. Zwanenmossels bijvoorbeeld zuiveren het water.

Vinden anderen die natuurfunctie ook belangrijk?
Die natuurfunctie wordt steeds breder gedragen. Ik constateer onder schouwmeesters een cultuuromslag. Er zijn schouwmeesters die sloten alleen goedkeuren als de kant zwart van de bagger is. Dat worden er steeds minder. Het waterschap stimuleert ook het 'ecologisch' schonen. Zij geven voorlichting aan de schouwmeesters en verlenen subsidie op het gebruik van de baggerspuit.

Zie je kansen voor de sloot?
Zeker in het kader van de groenblauwe diensten. Binnen Waterland hebben we een project waarbij we de hoge ruggen langs de sloten verwijderen en de steile kanten afvlakken. Zo ontstaat een sloot met een natuurvriendelijke oever én extra waterberging.