Ecologische waarden
In het water komen karakteristieke dieren voor als snoek, stekelbaars, aal, karper, ringslang, salamander en ook waterspin, geelgerande watertor, schrijvertje, zoetwatermossels, watervlo en libellelarve. Sloten vormen trekroutes voor vissen die de winter in dieper water doorbrengen. Voor soorten als de karper zijn het belangrijke paaiplaatsen. In slootkanten kun je watersnip en slobeend aantreffen, evenals waterspitsmuis en noordse woelmuis. Typische slootplanten zijn hoornblad, blaasjeskruid, veenwortel, waterranonkel, kikkerbeet en krabbenscheer.
De slootkanten vormen voor veel graslandplanten van minder voedselrijke grond een laatste groeiplaats. Op de oevers treffen we ook moerasplanten aan als riet, kleine lisdodde, dotterbloem, zwanenbloem, egelskop, pinksterbloem en echte koekoeksbloem. Kruidenrijke slootkanten trekken veel insecten en vlinders aan.
