Achtergronden
Het inrichten van een perceel met greppels en 'bedden' is een arbeidsintensieve manier van bosbouw, zowel qua aanleg als qua onderhoud. Het kan dus alleen lonend zijn geweest wanneer er een goede hout (of fruit) prijs tegenover stond. Met andere woorden: de houtprijs moet hoog zijn geweest en dus hout een relatief schaars product. Bovendien wijst het op aanleg van bossen op gronden die daar niet van nature geschikt voor zijn, waarbij een technische oplossing wordt gekozen die doet denken aan een wetenschappelijke benadering van houtteelt. Dat past goed bij het beeld dat we hebben van de fysiocratische school, die streefde naar een maximale benutting van de natuurlijke potentie van een land, en dus ook gebruik van voorheen extensief gebruikte 'woeste gronden'. Deze benadering ontstond in Frankrijk omstreeks het midden van de 18e eeuw. Het principe van de rabatten werd tot in de 20ste eeuw toegepast.
De rabatten zijn een fenomeen uit een tijd waarin de mens nauwelijks in staat was het waterpeil in natte gebieden drastisch te beïnvloeden. Later werd het rabattensysteem allen nog toegepast op plaatsen waar een regelmatige overstroming van het perceel niet te vermijden of zelfs wenselijk was.
Typisch voor Schouwen zijn de elzemeten. Dat is een rabattensysteem met greppels om de vier meter, waarop elzen geplant werden voor het hakhout. De smalle stroken land (meetjes) werden de eerste jaren na het afzetten van de elzen gebruikt als rogge-akker.
