Een beheerder aan het woord
"Vrijkomende grond moet je op de hoogten aanbrengen, geen laagten mee opvullen"
Jan Oldekamp, medewerker van Landschap Overijssel, woont op een schitterende plek op de stuwwal van Oldenzaal net buiten het plaatsje De Lutte (Overijssel). Vanuit zijn woning kijk je uit op de steilrand van de Damink es en een kom met her en der kwelplekken. Het is, één van de brongebieden van de Stakenbeek.
Hoe zag de kom er voorheen uit?
De kom was opgevuld met puin, asfaltzand en afgedekt met grond afkomstig van de es. Dat gebeurde in de tijd dat er nauwelijks betekenis aan cultuurhistorische waarden werd gehecht. Het land werd zo vlak en bewerkbaar mogelijk gemaakt.
Wat heb je met de kom gedaan?
Enkele jaren geleden heb ik in het kader van het project Terug naar de bron de bovenlaag weer terug laten schuiven naar de es. De indertijd aangevoerde grond is gezeefd, het puin en het gebiedsvreemde materiaal afgevoerd en de gezeefde grond op de es gedeponeerd. Hierdoor is de es verhoogd en de steilrand weer in oude luister hersteld. In de kom ontwikkelt zich nu een bijzondere kruidenrijke vegetatie die je tot de weidebrongemeenschappen kan rekenen.
Is het een natuurlijke kom?
Nee, het is een oude kleigroeve. Er zat daar zeeklei in de bodem. Die is begin 20e eeuw gedolven voor de steenbakkerij. Het lijkt vreemd dat er hier in Twente zeeklei aan het oppervlak komt, maar het is een gevolg van de werking van de gletsjers in de voorlaatste ijstijd. Die afgraving is dus echt een cultuurhistorisch element.
Hoe ga je dit stuk in oude luister herstellen?
Mijn moeder vertelde dat zij als kind bossen orchideeën mee naar school nam om aan haar juf te geven. Die bloemen plukten ze op dit stuk land. Dat wil ik weer terug laten komen. Kruidenrijk schraal graslandje, een 'heuijleaneke' zoals ze dat in Twente noemen. Grasland dat pas in augustus wordt gemaaid en daarna beweid.
En de es?
Het mooie van dit project is dat ik met de vrijkomende grond uit de kleigroeve ook mijn deel van de es en de oude steilrand kon herstellen. En wel op een manier die hier ooit werd toegepast. Toen werden namelijk niet zo zeer de gebruikelijke heideplaggen verwerkt, maar juist veel materiaal uit de lage delen, de zogenaamde 'kaampen'.
Wat zie je als belangrijkste bedreiging van essen?
Het opvullen van laagten met grond van essen. Om dit gevaar te keren hebben terreinbeherende organisaties als Landschap Overijssel met haar pachters afgesproken vrijkomende grond op de hoogten te deponeren en niet meer te gebruiken om natuurlijke laagten mee op te vullen.
Een andere belangrijke bedreiging hier vormt de boomteelt. Vooral coniferen doen het er erg goed op de essen. Bij het oogsten van de bomen gaan er flinke kluiten mee. Zo verdwijnt er met iedere boom een stukje van de es. Gelukkig is in een aantal bestemmingplannen opgenomen dat er geen boomteelt mag plaatsvinden op essen.
Ben je er met ophogen alleen?
Indertijd waren de essen omgeven door hagen en doornachtige struwelen. Die hielden het vee buiten het 'bowland'. Nu loopt er natuurlijk geen vee meer los en zijn helaas veel hagen verdwenen. Het vergt te veel onderhoud. Slechts hier en daar worden nieuwe hagen geplant. Op de steilranden stonden vaak knoteiken in ondoordringbare struwelen. De loten hiervan oogstte men voor de leerlooierij of dienden in schrale tijden als veevoer. Mijn steilrand heb ik deels in oude luister hersteld met knoteiken.
Heb je nog een praktische tip?
Bij het maken van een herstelplan voor een es is het raadzaam oude kaarten uit de Hottinger Atlas of de Historische Atlas te raadplegen. Daarop is goed te zien waar hagen en struwelen lagen. Ook holle wegen, die je soms op essen aantreft, vind je er op terug.
