Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
De kunstmatig aangelegde heuvel kan eroderen door invloeden van de mens, door begrazing of natuurlijke processen. Het hoogteverschil zal daardoor minder worden, waarbij materiaal van de hoogte op de plaats van de (voormalige) ringsloot of gracht terecht komt. Verschillende mottes zijn nu alleen nog herkenbaar door een lichte verhoging in het landschap of zelfs een lichte ringvormige verlaging die een rest is van de ringsloot.
Gewoonlijk resteert nu van de motte alleen een onbebouwde 'berg', of zelfs nog minder dan dat: alleen de ringsloot of de resten van een ringsloot. Is dat laatste het geval, dan dreigt egalisering en totale verdwijning. Veel motteresten zijn dan vermoedelijk ook verdwenen door bouwwerkzaamheden en agrarische activiteiten. Resten van de voorhof zijn vaak nog wel aanwezig, maar niet herkenbaar.

Beheeropties

Behoud en consolidatie
Voor het behoud van een motte is belangrijk dat de kruidenvegetatie op de heuvel zijn stevigheid behoudt, daarmee wordt een verdere achteruitgang door erosie te voorkomen. Een stevige, gesloten zode is daarvoor van belang. Dat kan bereikt worden door die regelmatig te maaien en af te ruimen. Voorkomen moet worden dat er bomen op de verhoging gaan groeien: die bedreigen het bodemarchief en kunnen ook de verhoging zelf beschadigen bij omwaaien of wegzakken van de boom.
De omringende sloot of gracht moet open en op diepte gehouden worden. Dat betekent dat bladeren en eventuele takken regelmatig wordt verwijderd, evenals te uitbundige waterplantengroei. Zo nu en dan zal de gracht weer gebaggerd moeten worden. Het is belangrijk dat daarbij niet te diep gegraven wordt: verstandiger is het om het wat vaker en minder diep te doen. Blijf daarbij altijd binnen de oorspronkelijke maten!
Staan er bomen op de helling van de motte, dan is het belangrijk dat regelmatig gecontroleerd wordt of die geen gevaar opleveren voor het behoud van de motte of voor bijvoorbeeld wandelaars. Mogelijk betekenen boomwortels ook een versteviging van de helling en wordt er erosie mee tegen gegaan. De voor- en nadelen moeten per geval bekeken worden. Worden er bomen gekapt, dan moeten de stobben in de bodem achterblijven om schade aan het bodemarchief te voorkomen, maar aan de andere kant kan dat wanneer de stronk begint weg te rotten ook een aantasting van de
stabiliteit van de helling zijn. In alle gevallen, behalve bij het kappen van bomen, moet vooraf contact worden opgenomen met de RACM. Voor kapwerkzaamheden is bovendien gewoonlijk toestemming van de gemeente nodig en er moet rekening gehouden worden met de fauna- en florawet.

Restauratie
Bij restauratie zal het hooguit gaan om delen van het motte-stelsel. Bijvoorbeeld om herstel van alleen de voorburcht of van de gracht. Ook deze werkzaamheden kunnen alleen plaatsvinden in nauw overleg met de RACM. Gekozen kan worden voor het (gedeeltelijk) uitgraven van de opgevulde gracht. Bij mottes was vaak sprake van een ophaalbrug op palen in de gracht. Houd rekening met de mogelijkheid dat daar bij het uitgraven resten van worden gevonden. Ook kunnen bij een restauratie beschadigingen van de heuvel hersteld worden.

Reconstructie
Wellicht zou in gebieden waar bijvoorbeeld de slootresten van een motte binnen een nieuwe wijk komen te liggen gekozen kunnen worden voor een alternatieve 'reconstructie' van de heuvel. Bijvoorbeeld met een glazen gebouw erop of een kleine expositie over de geschiedenis van die plek en de motte. De toppen van de meeste mottes hebben echter zo'n beperkt oppervlakte dat daar geen ruimte voor zal zijn. Voor er dergelijke plannen worden gemaakt is uitgebreid overleg met de RACM nodig. Het is waarschijnlijk dat het bij de terrein van een (voormalige) motte om een locatie gaat met een hoge archeologische status.

Behoud door ontwikkeling
De aanwezigheid van een motte kan belangrijk zijn voor de identiteit van een gebied. Een wijk kan geïnspireerd zijn op het feit dat er ooit een motte lag of nog steeds ligt. Steeds vaker worden historische thema's als uitgangspunt genomen door planologen, ontwerpers en stedenbouwers. Door mottes als inspiratiebron te nemen wordt de historische basis breder dan alleen die van de zo vaak gebruikte Romeinse tijd, al is er uit de periode waarin de mottes ontstonden erg weinig met zekerheid bekend.