Achtergronden

Het silhouet van knotbomen is uit veel regio's bekend. Per gebied verschillen echter wel de boomsoorten die ervoor worden gebruikt. In het oosten van het land staan knoteiken, essen en wilgen in houtwallen en als overstaanders in heggen. Maar ze zijn daar en in het zuiden ook te vinden in graften, langs holle wegen en terras- en bosranden. Ze komen zelfs midden in bossen voor als markering van vroegere hakhoutpercelen. Knotelzen staan vaak op armere gronden, ze zijn met name kenmerkend voor akkerranden in landschappen met kampontginningen, slagenlandschappen en esdorpenlandschappen. Ze kwamen vroeger op veel plaatsen in Nederland voor, langs slootkanten als geknotte elzenhagen, maar ook in rijen tussen akkers en weilanden. In laagveengebieden en langs rivieren en dijken staan verschillende wilgen- en populierensoorten, maar daar en vooral in het laagveengebied worden ook gewone essen gebruikt. De bodem heeft daar weinig draagkracht en essen kunnen geknot veel ouder worden dan doorgroeiende essen. Andere soorten komen ook voor als knotboom, bijvoorbeeld de zomereik, paardenkastanje, verschillende lindesoorten, haagbeuk, en esdoorn. Knotberken zijn bekend van tekeningen van Vincent van Gogh. Knotiepen stonden bij boerderijen in de Beemster. Het takhout werd gebruikt voor drainage in de zware klei.
Interessant voor de cultuurhistorie is de plaats waarop de knotbomen staan: die kan al lange tijd dezelfde zijn. Knotbomen werden bijvoorbeeld als markering van grenzen gebruikt. Voor grote delen van met name Laag Nederland is de knotboom een zeer kenmerkend landschapselement, met name als onderdeel van een knotbomenrij. Van een dubbele rij knotbomen in Hekendorp wordt beweerd dat die een functie had als touwbaan. Rijen knotwilgen komen nu ook vaak voor als wegbegeleidende beplanting.