Achtergronden
Met de komst van het christendom in de volle middeleeuwen, startte ook het gebruik om de doden in of nabij de kerk te begraven. Eeuwenlang werden de doden op deze manier bijgezet. Deze vorm van begraven zorgde echter voor problemen als stank, slechte hygiëne en ruimtegebrek. De term 'rijke stinkerd' is direct ontleend aan in de kerk begraven rijke mensen. Ruimtegebrek in de kerk werd nog problematischer toen vanaf de 15e eeuw het begraven in een kist steeds populairder werd. Verzakkingen en instortingsgevaar van de grafkelders dreigden. Vanaf het einde van de 17e eeuw pleitte men dan ook voor het aanleggen van begraafplaatsen ver buiten de stad.
Voor de katholieke bevolking was dat een positieve ontwikkeling. Vanaf 1572 had de Nederduits Gereformeerde Kerk zich meester gemaakt van alle kerken en kerkhoven. In de ogen van de katholieken waren daardoor de bestaande kerkhoven ontheiligd en was er geen sprake meer van gewijde grond. Het aanlegen van nieuwe begraafplaatsen bood hen nieuwe kansen om onder het juk van de Nederduits Gereformeerde Kerk uit te komen. Bij Koninklijk Besluit werd vastgesteld dat het per 1 januari 1829 verboden was om in de kerk te begraven. Gemeenten met meer dan duizend inwoners werden verplicht een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen en het oude kerkhof rond de kerk te sluiten.
Begraafplaats
Een begraafplaats is een plaats los van een kerk waar mensen zijn of worden begraven en ook de stoffelijke resten worden bijgezet of verstrooid. Vanaf de 19e eeuw zijn steeds meer begraafplaatsen aangelegd, omdat het verboden werd nog in of rond de kerk te begraven. Daardoor werd de aanleg van aparte begraafplaatsen noodzakelijk. Op sommige plaatsen kwam deze buiten de stad waar voorheen landlopers en misdadigers werden begraven, op andere plaatsen werden nieuwe parkachtige begraafplaatsen aangelegd.
Veel oude begraafplaatsen zijn waardevol vanwege de historische aanleg. Niet zelden zijn daar bekende tuinarchitecten bij betrokken geweest. Doordat de toen heersende ideeën over tuin- en parkaanleg zijn toegepast, geeft het een mooie kijk op de 19e eeuwse leefwereld. De aanwezige grafzerken en andere elementen kunnen ook van grote waarde zijn vanwege het ontwerp en de mensen die er begraven liggen.
Wijzigingen in het ontwerp van de begraafplaats laten goed veranderende inzichten in aanleg en gebruik zien. Relatief nieuwe elementen op begraafplaatsen zijn urnenmuren en strooiveldjes, vanwege het toegenomen aantal mensen dat zich laat cremeren. Veel moderne begraafplaatsen zijn opgehoogd voor de inrichting. De drogere bodem vergemakkelijkte het begraven en het verteren van de stoffelijke resten.
Grafkapel
Een grafkapel is een kapel op een begraafplaats of kerkhof die tijdens uitvaarten wordt gebruikt.
Grafkelder
Grafkelders zijn toegankelijke ondergrondse graven bestemd voor meerdere personen (doorgaans van een familie). Vaak bezitten ze bovengronds een rijk versierde entree die de rijkdom van de betreffende familie benadrukt.
Grafsteen of grafzerk
Een grafsteen of grafzerk is de bovengrondse verwijzing naar degene die op die plek begraven ligt. Vaak is het gemaakt van duurzaam materiaal als natuursteen of beton. Naast informatie over de overledene bevat een grafsteen dikwijls symbolische verwijzingen naar de dood en de overledene. Grafstenen kunnen van grote waarde zijn bij historisch en genealogisch onderzoek.
Joodse begraafplaats
In de 16e en 17e eeuw zijn veel Joden vanuit respectievelijk Portugal en Midden-Europa naar de Nederlanden gemigreerd. Ze vormden vooral in Amsterdam, maar ook in veel kleine plaatsen een eigen gemeenschap. Daarbij hoorde ook een begraafplaats. Deze begraafplaatsen lagen soms bij de synagoge, vaak ook buiten de stad. Het Jodendom schrijft namelijk 'eeuwige grafrust' voor. Dit betekent dat graven niet verstoord mogen worden tenzij de overledene wordt herbegraven in het beloofde land. Buiten de stad was grafrust meer gegarandeerd.
Er bestaan Joodse begraafplaatsen met voornamelijk liggende grafstenen en met staande stenen. De eerste zijn aangelegd door van oorsprong Portugese Joden, die met staande grafstenen door Midden-Europese Joden. Later zijn ook veel Joden begraven op afgezonderde delen van algemene begraafplaatsen, soms is er daarbij sprake geweest van herbegraving. Na de Tweede Wereldoorlog is het merendeel van de Joodse begraafplaatsen buiten Amsterdam buiten gebruik geraakt.
Kerkterrein
Een kerkterrein is een stuk grond dat rond een kerk ligt, hieraan toebehoord en publiekelijk toegankelijk is. En is vaak ingericht als begraafplaats (het kerkhof). Op veel kerkterreinen zijn oude graven en grafstenen te vinden. In de middeleeuwen was het kerkterrein in juridische zin belangrijk omdat het gewijde grond betrof. Hier golden de wetten van de kerk en niet het wereldlijk gezag. Om dit te benadrukken was het kerkterrein vaak omgeven door opgaande beplanting van bomen of heggen. Hier en daar loopt er rond het terrein een greppel of gracht. Na de reformatie is de katholieke wijding als beschermende factor veelal weggevallen. De nieuwe kerkbeheerders hielden echter wel vaak het eigendom en beheer van het terrein in handen.
Op de oude zeekleigronden van Noord- en Zuidwest-Nederland liggen veel kerkterreinen op het hoogste deel van het dorp. Het diende als verzamelplaats van de dorpsbewoners en het vee bij extreem hoge waterstanden. Kerkterreinen met opgaande beplanting worden als groene kerkterreinen aangeduid.
Militaire ereveld
Een militair ereveld is een plek waar tijdens een militaire actie gesneuvelde militairen begraven liggen. Een belangrijk kenmerk is de grote uniformiteit van de begraafplaats, met veelal dezelfde grafzerken. Soms liggen er verschillende nationaliteiten op één begraafplaats, maar meestal heeft elke nationaliteit haar eigen ereveld. De meeste militaire begraafplaatsen in Nederland stammen uit de Tweede Wereldoorlog en bevinden zich in Zuid-Nederland. Soms is een deel van een algemene begraafplaats gereserveerd voor in de omgeving gesneuvelde soldaten. Militaire begraafplaatsen vormen een indringende verwijzing naar het nabije verleden in Nederland.
Praalgraf
Een grote grafsteen met veel entourage wordt ook wel een praalgraf genoemd. Het is een uiting van de grote rijkdom waarin de overledene leefde. Vaak betreft het een familiegraf. Sommige grafkelders van vermogende families zijn ook als praalgraf aan te merken. Voor bekende personen uit de vaderlandse geschiedenis zijn speciale praalgraven in kerken gemaakt, zoals voor Willem van Oranje en Piet Hein.
