Behoud, beheer, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Zolang ze in gebruik zijn zullen begraafplaatsen en kerkhoven niet in hun bestaan worden bedreigd. De inkomsten uit grafrechten financieren het beheer. Desondanks bestaan er gevaren. Grafruiming vormt een bedreiging indien de beheerder onvoldoende op de hoogte is van de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten. Verschillende graven van beroemdheden als Theo Thijssen zijn op deze manier verloren gegaan. Ook kan door gebrek aan kennis monumentaal groen verloren gaan. Genoemde bedreigingen blijven echter uitzonderingen doordat de branche zich in dit opzicht aan het professionaliseren is.

Na sluiting van de kerk of begraafplaats kan de situatie snel verslechteren. Door gebrek aan onderhoud treedt snel verval in aan grafstenen, ornamenten, gebouwen, afrasteringen én beplanting. Het terrein verliest cultuurhistorische en esthetische waarden.

Ook kan een buiten gebruik gesteld terrein een andere bestemming krijgen, waarbij het geheel verloren gaat. Bij grondwerkzaamheden kunnen archeologische waarden in de bodem beschadigd raken. Vooral rond oude kerken kunnen resten liggen van de oudste bewoning, daar ze vaak op de langst gebruikte plaatsen van het dorp of stad staan. Dan biedt overleg met de gemeentelijke archeoloog of de archeologische monumentenwacht uitsluitsel over de te nemen maatregelen.

Behoud en consolidatie
Het gebruik van kerkhoven en begraafplaatsen is de beste garantie tegen verval. Vanuit historisch en beheeroogpunt is het dus wenselijk om de oorspronkelijke functie intact te laten. Ook wanneer aan (delen van) het kerkhof of begraafplaats een monumentale status is toegekend, kan er nog prima begraven worden.

Op terreinen waar niet meer begraven wordt, moet het beheer zo veel mogelijk gericht zijn op behoud van de bestaande situatie. Een 'ruïneus' karakter van een kerkterrein hoeft geen bezwaar te zijn: het vergroot in het bijzonder de ecologische waarden. Voorkom. De werkzaamheden zijn dan vooral gericht op het in stand houden van de beplanting, het voorkomen dat het groen de grafstenen overwoekerd of dat wortels door de graven heen groeien en het herstel van schade aan gebouwen en grafmonumenten, bijvoorbeeld door restauratie van gebroken of gebarsten grafstenen.

Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft samen met Landschapsbeheer Nederland een bijdrageregeling in het leven geroepen voor het herstel van groene kerkterreinen. Na goedkeuring van het ingediende herstel- en beheerplan wordt een bijdrage van ongeveer 30 procent in de kosten verleend. Voorwaarde is onder meer inzet van lokale vrijwilligers en voldoende cofinanciering. Het Groningse project Kerken in het Groen (zie voorbeeld reeds uitgevoerd beheer) stond aan de basis van de regeling.

Restauratie
Een vervallen terrein kan zijn oude waarde weer terugkrijgen door herstel van de inrichting en beplanting. Bij begraafplaatsen uit de 19e eeuw en later kunnen de oorspronkelijke aanlegplannen daartoe als basis dienen.
Bij oude kerkterreinen in dorpen kunnen bij restauratie terreinen uit de omgeving als voorbeeld dienen. Oude tekeningen of foto's van de kerk en haar omgeving geven vaak ook een goed beeld hoe het er uit zag. Ook bestaat er veel kennis bij de lokale bevolking over de inrichting van het terrein. Bovendien heerst er onder de lokale bevolking een groot draagvlak voor herstel. Er liggen veelal familieleden begraven. Na restauratie kan de lokale bevolking een rol spelen in het beheer en onderhoud. Voor de financiering van de restauratie zal eveneens gebruik gemaakt kunnen worden van de genoemde regeling van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Reconstructie
Soms kan een in onbruik geraakt stuk grond rond de kerk opnieuw worden ingericht als kerkterrein, bijvoorbeeld om meer groen in het dorp te krijgen. Wanneer deze kans zich voordoet, is raadpleging van historische bronnen en oude kadasterkaarten gewenst. Als de mogelijkheid bestaat om er weer te gaan begraven, verhoogt dat de duurzaamheid van de reconstructie en garandeert dat regulier onderhoud en financiering.
Behoud door ontwikkeling
Begraafplaatsen en kerkterreinen vormen plaatsen van bezinning. Na sluiting als begraafplek, kan hierop worden ingespeeld. De Begraafplaats kan gaan functioneren als park of plantsoen, terwijl grafmonumenten en gebouwen als kapellen, grafkelders en wachthuisjes de nieuwe bestemming een verhoogde waarde geven. Een andere mogelijkheid is om kerkterreinen als rustpunten op te nemen in fiets- en wandelroutes.
Een voorbeeld van hergebruik van grafstenen is te bewonderen op het Kunstfort Vijfhuizen. Rondom dat fort is een wandelpad aangelegd bestaande uit grafstenen. Dit kunstproject Sluipweg, waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen van Hans van Houwelingen toont aan dat met respect voor de overledenen rust en bezinning op een goede manier geborgd kunnen worden.