Een beheerder aan het woord
"In de praktijk is de variatie veel groter"
Een van de grotere gebieden van het Brabants Landschap is De Mortelen, ongeveer 1200 hectare ten noorden van Best en Oirschot. Het is een kleinschalig agrarisch landschap, met onder andere houtwallen en andere perceelscheidingen. De reservaatbeheerder, Gerard Traa, is zelf afkomstig uit dit gebied en al 25 jaar bij het beheer betrokken.
Wat voor gebied is De Mortelen?
Het bestaat uit een mengeling van middeleeuwse akkerdorpen met gemeenschappelijke weides en hooilanden en het meer recente hoevenlandschap, een tweedeling die overeenkomt met die tussen essen en kampen. De hoeven zijn door vererving opgedeeld. Afscheiding gebeurde met onder andere houtwallen met daarop hakhout. Langs de hogere stukken staan eik en es, op lagere delen els en wilgensoorten. Ook stonden er vroeger veel steeliepen, die door iepziekte bijna allemaal zijn verdwenen en doornstruiken zoals meidoorn en sleedoorn. Er liggen tussen de graslandjes veel bosjes en bomenrijen. Het hout was eeuwenlang belangrijk als inkomstenbron voor de boeren. In de jaren zestig van de twintigste eeuw is het Brabants Landschap begonnen met de aankopen, en nu worden nog steeds stukken aangekocht.
Wie is eigenaar en beheerder?
95 % is eigendom van het Brabants Landschap en wordt door ons beheerd.
Welke partijen zijn er verder nog bij betrokken?
Er zitten nog een paar boeren, waarvan één in een grote ruilverkavelingboerderij en wat particulieren hebben kleine stukjes. Vee van de boeren wordt ingeschaard en andere, veelal oudere boeren houden dat ingeschaarde vee voor het Brabants Landschap in de gaten.
Wie financiert het beheer?
Financiering komt uit het Programma Beheer. Dat legt de lat om voor meer dan een basispakket in aanmerking te komen overigens wel erg hoog.
Hoe kwam de historische informatie boven tafel?
Er is vrij veel gepubliceerd over dit gebied en ook over de houtwallen en -singels. Gaten die in de singels vielen werden opgevuld door er takken in te buigen en er werd bij tijd en wijle wat gevlochten. Bij het vee ging het om enkele koeien per boer, die overdag met een jonge 'herder' het gebied in gingen en schapen die zo nu en dan behalve heide ook wat voedzamers te eten kregen. In de praktijk blijkt er meer verschil te zijn in de vorm van de houtwallen dan in de boeken staat. Dit werd bepaald door de persoonlijke voorkeuren van de boer. De breedte varieert ook erg: soms werd de wal ook als pad gebruikt, in andere gevallen niet.
Welke uitgangspositie is er aangetroffen?
Van de wallen was niet veel meer over. Wel lagen er nog veel perceelsscheidingen zonder wallichaam, maar veel ervan waren ook verdwenen door schaalvergroting van de landbouw.
Wat was de historische functie?
De begroeiing moest het vee keren,en leverde brandhout en mutserts(takkenbossen) voor de verkoop, en eigen gebruik.
Wat is er daarna gebeurd?
Op percelen waar de afscheidingen verdwenen waren zijn die voor een deel
hersteld. Langs de Oude grindweg is ook een essenwal hersteld.
Wat is de huidige functie?
Het kleinschalige mozaïek heeft een grote natuurwaarde, verder is er de cultuurhistorische waarde. Ook is het gebied in trek bij recreanten. Er zijn verschillende wandelroutes aangelegd, met zelfs wandelroutes midden over percelen.
Waaruit bestaat het beheer nu?
Het hakhout op de wallen en in de singels wordt eens in de 7 tot 8 jaar afgezet. Vroeger werd het hout ook veel voor rijshout en matten gebruikt, ten behoeve
van de dijkenbouw. Nu is er hooguit nog vraag naar wanneer het hout gratis afgehaald kan worden. Brandhout is het meest in trek wanneer er een cyclus van ongeveer 12 jaar wordt gehanteerd.
Heb je aanbevelingen?
- Plant inheemse soorten en kijk wat er in de streek al staat.dan heb je het
meeste kans op een succesvolle aanplant.
- Hou het mozaïek in stand, met variaties zowel in de soorten die er staan, de leeftijden en de verschillende stadia van onderhoud. Zo'n kleinschalig en
gevarieerd landschap is een eldorado voor veel planten en dieren, onder andere geelgors, kleine ijsvogelvlinder en wespendief.
