Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Een kunstmatig opgeworpen wal zal in de loop der tijd door erosie geheel wegzakken. Dat verval wordt nog versneld wanneer er geen op behoud gericht beheer plaatsvindt van de houtopstand. Bovendien kan de erosie versterkt worden door te intensieve betreding of verkeerd recreatief gebruik. Bedreigend is ook de onbekendheid van de wallen of gebrek aan interesse door de bosbeheerder.
Dit achteruitgaan van de wal of singel en de erlangs liggende greppels is versneld door het verlies van de functie als veekering. Palen met prikkeldraad nemen minder ruimte in beslag en geven geen schaduwval op het land. Het behoud moet gericht zijn op het instandhouden van de houtbegroeiing én de wal. Met name bij de wallen die in bossen liggen lijkt de erosie een groot gevaar te zijn. Bij die wallen is de ecologische betekenis gewoonlijk minder doordat het bos de wal in de schaduw plaatst. Ook zijn deze wallen slecht zichtbaar, minder nadrukkelijk aanwezig in het landschap en mede daardoor relatief onbekend.
Over het algemeen werd de begroeiing op houtwallen in het verleden als hakhout beheerd. Het instandhouden van hakhoutbeheer op wallen en in singels is alleen mogelijk wanneer er na het afzetten voldoende licht op de stobben valt. Worden ze overschaduwd door nabij staande bomen, dan zullen de stobben uiteindelijk niet meer uitlopen. Dit betekent dat spontaan opkomende soorten zoals bijvoorbeeld lijsterbes, meidoorn, vlier, esdoorn en beuk verwijderd moeten worden rond eikenstobben. Hetzelfde geldt voor bramen. Worden de bomen te zwaar, dan is het mogelijk dat ze op een zeker moment omwaaien en daarbij een deel van de wal vernielen.
Een visuele bedreiging van de lijnvormige elementen treedt op wanneer de relatieve openheid van het landschap waarin ze liggen verloren gaat. Singels en wallen worden daardoor minder herkenbaar en lopen zo meer kans op aantasting.

Beheeropties

Behoud en consolidatie
Voor de handhaving als landschapselementen en voor het behoud van de ecologische waarden is het wenselijk dat het hakhoutbeheer wordt volgehouden of hersteld. Omdat houtwallen onderhevig zijn aan erosie, dient ook periodiek aarde te worden opgebracht (bij voorkeur met arme, onbemeste grond, plaggen of zoden, die in de omgeving worden gestoken) De hoogte van de wal, het steile karakter en de aanwezigheid van een zon- en schaduwzijde, leveren namelijk een hoge bijdrage aan het voorkomen van vele soorten planten en dieren. Steile en hoge wallen logen eerder uit en bezitten de rijkste vegetatietypes. Daarom is het ook van belang de hakhoutbegroeiing op de kruin van het wallichaam te houden, zodat zon- en schaduwzijde kunnen floreren. Streef bij de keuze van aanplant en beheer naar aansluiting bij wat in de regio gebruikelijk was.
Verschillende boomsoorten vragen verschillende tempo's in het hakhoutbeheer. Bij de zomereik en gewone es is een hakhoutbeheer met een cyclus van een jaar of tien waarschijnlijk het meest geschikt om de vegetatie in stand te houden, bij de zwarte els een cyclus van acht à tien jaar. Zorg ervoor dat het hout kort na het afzetten niet te bereiken is door vee. Dus houd de erlangs lopende sloten open of plaats een raster, zodat het hakhout niet aangevreten kan worden door het vee. Controleer dit raster ook regelmatig.
Laat bij het beheer zo nu en dan een overstaander staan en laat ook waardevolle bomen (bijvoorbeeld een zwaardere zomereik of gewone es) intact. Sluit je bij die keuze aan bij wat in het gebied gebruikelijk is. Zaag de naar buiten overhangende lagere takken af om schade voor de boer te voorkomen. Voer de zaag- en afzet werkzaamheden niet uit in het broedseizoen, dat loopt van begin april (voor uilen en eenden begint dat al eerder!) tot augustus. Zet de stobben op ongeveer 20 centimeter hoogte af. Als er maar een deel van de bomen kan worden gedaan, zet ze dan groepsgewijs af: dan zal er voldoende licht op de stobben vallen.
Voer liefst al het snoeimateriaal af, leg desnoods een deel ervan op rillen of hopen. Dat leidt wel tot een plaatselijke verrijking en verruiging, maar is een praktische oplossing die de afwisseling en dus de potentiële ecologische waarde van het landschapselement vergroot. Het snoeihout moet nooit versnipperd teruggebracht worden in het element.
Een op deze manier voortgezet cultuurhistorisch beheer van houtwal en -singel sluit het beste aan bij de waarden die het element nu heeft. Is het niet mogelijk om het historische hakhoutbeheer uit te voeren, dan zou ook gekozen kunnen worden voor een beplanting met hoog opgroeiende bomen, waarvoor dan ook weer de soorten gekozen dienen te worden die traditioneel voorkomen in de streek. Er kan ook voor een beplanting met alleen struikvormende soorten worden gekozen: die levert relatief weinig werk op en houdt visueel de historische lijnen in stand.
Verbrand geen hout in de singel en gebruik geen chemische middelen. Komen er boom- of struiksoorten voor in de singel die men liever niet opnieuw uit ziet lopen, zaag de stobbe dan zo laag mogelijk boven de grond af en leg een plag over de stomp.

Restauratie
Voor er een plan voor restauratie wordt gemaakt moet vastgesteld worden wat de historische situatie van aanplant en beheer was. Zijn er gaten gevallen in de aanplant, plant dan soorten aan overeenkomstig het ter plaatse bestaande sortiment aan inheemse boomsoorten. Of kijk naar een soortgelijke aanplant in de directe omgeving voor de bepaling van de aan te planten soorten. Staan er nog oude stobben? Hoe oud zijn de opgaande bomen? Bekijk een oude topografische kaart om te zien of de houtwal of -singel oud of jong is en om een idee te krijgen van de vroegere functie. Onderzoek de mogelijkheid om streekeigen, of tenminste inheems, plantmateriaal te gebruiken. Is de sloot verland, breng die dan opnieuw op diepte en herstel indien nodig het raster. Zijn er delen van het wallichaam verdwenen, overweeg dan na het inwinnen van adviezen het herstellen van de wal.

Aanplantinstructies zijn te vinden in het hoofdstuk Geriefhout.

Reconstructie
Soms doen zich mogelijkheden voor om een al verdwenen houtsingel, houtwal, schurveling of zandwal te herstellen. Dat komt bijvoorbeeld voor bij de herinrichting van een terrein voor recreatieve doeleinden, zoals de aanleg van een wandelbos of een camping. Bij aankoop van natuurterreinen of gronden voor de EHS kunnen, als er nog resten van het oude element of patroon voorhanden zijn, deze vanzelfsprekend ook worden gerestaureerd. Is dat niet meer het geval, dan gaat het om een nieuw element en dient een visie te worden ontwikkeld op de vorm: teruggrijpen op de historische vorm of juist een nieuwe vorm? Let er daarbij op dat elementen in een raamwerk worden geplaatst. Geïsoleerde landschapselementen herbergen weinig leven en vertellen een geschonden verhaal. Ga voor het uitvoeren van dergelijke plannen op zoek naar kaarten en documenten die informatie geven over het landschap voor bijvoorbeeld het uitvoeren van een ruilverkaveling. Bij zo'n ruilverkaveling of herinrichting zijn vaak allerlei landschapselementen verdwenen. Nu de mogelijkheid zich voor doet om het landschap opnieuw vorm te geven zou het fraai zijn wanneer een deel van de oude rijkdom en van de oude karakteristieken hersteld zou worden. Stel vast waar vroeger de lijnvormige elementen lagen en houd daar rekening mee bij de inrichting van zo'n terrein. Leg in het wandelpark houtsingels en houtwallen aan op de plaatsen waar die vroeger ook lagen, en richt ook een camping of golfterrein in met behulp van de lijnen die historisch in het landschap bestonden.

Behoud door ontwikkeling
Als in het landschapselement geen natuurwaarden voorkomen die gevoelig zijn voor verstoring, kan het geschikt worden gemaakt voor een wandelroute. Eventueel kan de toegankelijkheid worden beperkt tot een deel van het jaar. Houtwallen en houtsingels bieden ook mogelijkheden voor educatie. Ze geven namelijk informatie over het ontstaan en de inrichting van het landschap of over oude gebruiksvormen. Bovendien zijn ze meestal minimaal voor een deel bewandelbaar en komen er allerlei natuurwaarden voor. Kansen voor reconstructie van deze lijnvormige elementen ontstaan bij herinrichting van gebieden voor bijvoorbeeld recreatie.