Ecologische waarden

Een holle weg kent vele gradiënten in lichtinval, expositie, vochthuishouding en bodemsamenstelling. Daardoor komen er op de taluds veel diverse soorten planten voor, zoals zon- en schaduwminnende soorten. In diepe holle wegen met veel opgaande begroeiing kan een microklimaat ontstaan dat wat lijkt op een bos. Door een regelmatig beheer blijven verschillende ontwikkelingsstadia elkaar opvolgen. De hier voorkomende struiken zijn onder andere hazelaar, vlier en sleedoorn. Vaak ook staan er bomen als populier, esdoorn, zoete kers, iep en wilg. Er komen veel beschermde soorten in de kruidlaag voor, zoals lancetbladige basterdwederik, rechte driehoeksvaren, wolfskers, hartgespan en nachtsilene.

Als gevolg van de grote variatie van kruiden herbergen holle wegen vaak ook een rijke fauna. Vele soorten amfibieën en reptielen voelen zich thuis in de taluds van de holle wegen. Ook zoogdieren en vogels vinden hier hun vlucht- en nestelplaats. De begroeiing van de holle weg biedt de das een geschikte gelegenheid om er zijn hol te graven en beschutting bij zijn nachtelijke voedseltochten. Daar waar dassen voorkomen is eveneens een groot aantal prooidieren zoals slakken en wormen voorhanden. Hermelijn, bunzing en steenmarter vinden hier eveneens hun woonplaats. De dichte, gemêleerde begroeiing is voor veel vogels als zanglijster, nachtegaal, appelvink en grauwe vliegenvanger een ideale broedplaats.