Een beheerder aan het woord

"Holle wegen zijn nog altijd van belang..."

Zuid-Limburg is landschappelijk een buitenbeentje in Nederland. In het heuvelland komen landschapselementen voor die je in de rest van Nederland nauwelijks aantreft. De holle weg is zo'n element. Jan Bemelmans is als agrariër/vrijwilliger betrokken bij het beheer van de holle weg in Hulsberg.

Wie is de eigenaar en wie is de beheerder van deze holle weg?
De weg zelf plus één meter van de berm is eigendom van de gemeente, de rest van de taluds is particulier bezit. Het beheer wordt gecoordineerd door de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL). Dat doen zij in samenspraak met de Limburgse Land- en Tuinbouwbond en de gemeente. Daarnaast praat ook IVN en Wildbeheereenheid Beekdal mee in de verantwoordelijke commissie. Leden van de agrarische coöperatieve vereniging Landschapsbeheer Mergelland voeren tegen betaling met eigen machines het onderhoudswerk uit.

Wie financiert het?
IKL zorgt voor financiering. Het geld komt van de gemeenten, provincie en de EU. De bijdrage van de gemeente is best bepalend voor de mogelijkheden. Hier in gemeente Nuth schijnt de toestand aardig te zijn. Desondanks moeten we jaarlijks keuzen maken, want het geld is ook voor onderhoud van boomgaarden, graften en dergelijke. Voor dit jaar staat hier nu één kant van de holle weg op het programma.

Welke uitgangspositie is aangetroffen?
30-35 jaar geleden ben ik begonnen met het onderhoud van de holle weg hier. Er was al jaren niets meer aan gedaan. Er stond erg veel zwaar en dood hout. Toen ben ik gaan snoeien om de weg toegankelijk te maken voor wandelaars. De werkzaamheden trokken dan ook veel belangstelling van voorbijgangers. Een jaar later kon je al zien dat de holle weg er weer veel mooier en groener bij stond.

Wat zijn de precieze werkzaamheden?
In de winter snoeien we, waardoor nieuw groen een kans krijgt. Als je goed onderhoud pleegt, blijft de holle weg dicht en groen. Dat snoeien gebeurt eens in de 4-5 jaar. Dan gaat dood en te zwaar hout eruit. Soms planten we bomen bij. We willen meer eik en es en minder vlier, dus die halen we eruit. Kenmerkend voor sommige wegen zijn kopwilgen, dat zijn knotwilgen. In mijn begintijd heb ik nog wilgen gestekt, dat zijn nu dikke knotten.

Wat gebeurt er met het gesnoeide hout?
De dikke stammen verkopen we als brandhout. Met het dunnere hout kun je twee dingen doen: verbranden of versnipperen. Verbranden is een lange tijd moeilijk geweest hier. Met een vergunning mag het nu weer. Dat is beter dan de snippers in de berm te gooien. Hierdoor krijg je een enorme verruiging en verdwijnen allemaal mooie planten. Dit is jarenlang gedaan, en volgens mij is de vegetatie er nog steeds niet van hersteld. Op sommige andere plekken gebeurt het trouwens nog steeds, in het bijzonder langs wegen die bij de overheid in beheer zijn.

Zijn er nog onverwachte ontwikkelingen?
Sinds enkele jaren zitten er veel dassen in de holle weg. Dat is natuurlijk bijzonder. Helaas heeft het ook nadelen, want ze maken overal gaten en werken de grond om. Hierdoor spoelt er bij een regenbui grond weg. Ik denk dat ze ook invloed hebben op de vegetatie. Een bijkomend nadeel is dat we de geplande werkzaamheden aan de holle weg moesten uitstellen om de beesten niet te storen. Op zo'n moment is het lastig om de waarde van de soort af te wegen tegen de waarde van het landschapselement.

Wat zijn de verwachtingen voor de toekomst?
Er vindt een ruilverkaveling plaats. De gehele topkam komt in eigendom van de gemeente. Dat vergemakkelijkt het beheer, omdat je niet meer met verschillende eigenaren te maken hebt. We kunnen dan voorkomen dat er te ver in de kam wordt geploegd en er erosie optreedt.