Behoud, beheer, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Op de taluds met bomen en struiken vindt hakhoutbeheer plaats, als ware het een houtwal op een schuin talud. Deze beheervorm staat onder druk en wordt lang niet overal meer toegepast. Achterstallig hakhoutbeheer verarmt de vegetatiesamenstelling. Het bladerdak van de bomen en struiken wordt dichter, waardoor grassen en kruiden nauwelijks meer tot groei komen.
De beplanting houdt de bodem van het talud vast en gaat de erosie tegen vanaf de bovenzijde van de helling. Slecht onderhoud van de vegetatie maakt taluds extra gevoelig voor erosie.

Een andere aantasting vormt het wegploegen van de topkam (de bovenrand van de holle weg). Daardoor bereikt het regenwater sneller de holle weg en neemt de uitspoeling toe.

Veel verkeer is ook een bedreiging voor holle wegen. Als trekkers en andere voertuigen naast het wegdek raken ontstaat er gemakkelijk bermschade.

Tenslotte bedreigen meststoffen de karakteristieke taludvegetatie. Afspoeling en inwaaien van meststoffen van de akker verarmt de flora en fauna op het talud. Ruigtekruiden en grassoorten krijgen dan de kans de oorspronkelijke vegetatie te verdringen.

De taluds van holle wegen werden tot de Tweede Wereldoorlog begraasd door vee. Begraasde holle wegen zijn tegenwoordig bijna nergens meer aanwezig. Uit cultuurhistorisch en ecologisch oogpunt is deze variant erg interessant en verdient bewaard te blijven.

Behoud en consolidatie
Er worden twee typen taluds onderscheiden: met kruidenrijke grazige vegetatie of met opgaande beplanting.
Om de grazige taluds van holle wegen open te houden is een regelmatig maaibeheer nodig. Het maaien dient daarbij te geschieden vanaf de weg om rijschade te vermijden. Met het afvoeren van het maaisel is verruiging van de vegetatie te voorkomen.
De opgaande beplanting van holle wegen dient regelmatig gesnoeid en afgezet te worden. Zo blijft het karakter in stand en de holle weg vrij van hinderlijke stammen en takken.

Het agrarisch gebruik van de bovenrand is ook van invloed op de holle weg. Door extensivering van het gebruik en voorkoming van beschadiging van de rand is erosie tegen te gaan. Met de aanwezigheid van een topkam wordt dit gerealiseerd. Een topkam is een opgehoogde randzone over de gehele lengte van de akker. Er kan dan niet dicht langs de rand worden geploegd en gemest. Bovendien voorkomt een topkam afstroming van met meststoffen verrijkt water naar het talud.

Reconstructie
Holle wegen verdwijnen nauwelijks uit het landschap, reconstructie van deze elementen is daarom niet aan de orde. Het herstel van taluds met de oorspronkelijke gras- en kruidenvegetatie, is vanuit cultuurhistorisch en ecologisch oogpunt wel wenselijk. Grasvegetaties krijg je natuurgetrouw terug met begrazing door schapen. Schapen, bij voorkeur Mergellandschapen, beschadigen niet het talud en voorkomen verruiging.

Behoud door ontwikkeling
Holle wegen hebben ook een recreatieve functie. Vaak zijn ze opgenomen in wandelroutes die ook aandacht schenken aan de geschiedenis en cultuurhistorie van de holle weg. Zo kan een wandelroute gelegenheid bieden om een holle weg onder de aandacht te brengen van een breed publiek en daarmee draagvlak creƫren voor onderhoud of opknapbeurt.