Wat en waar

Een holle weg is een weg met aan beide zijden steile, al dan niet begroeide, taluds. Holle wegen zijn een gevolg van erosie toen bewoners bestaande afvoergeulen als verbindingsroute gingen gebruiken, of doordat regenwater via aangelegde weggetjes ging afstromen. Ze zijn vaak ontstaan op veelgebruikte routes tussen een dorp in het beekdal en de akkers en weiden op het hoger gelegen plateau. Kenmerkend voor de steile taluds is een rijke kruiden- en grasvegetatie of een gevarieerde begroeiing met bomen en struiken.

Holle wegen zijn vooral in de volle middeleeuwen (1000-1300 na Chr.) ontstaan vanwege de bevolkingsgroei en de daarmee gepaard gaande ontginning van veel vruchtbare, hoger gelegen gebieden. Een Romeinse oorsprong is tot op heden nog niet aangetoond. Het proces heeft na de middeleeuwen niet stil gestaan. Ook in de afgelopen honderd jaar zijn nog holle wegen ontstaan.

Het Zuid-Limburgse heuvellandschap bezit verreweg de meeste holle wegen van Nederland. De totale lengte van holle wegen bedraagt er ongeveer 160 kilometer. De vruchtbare lössgronden daar werden al vroeg bewoond en bewerkt. Lössgrond is echter ook erg erosiegevoelig. Vandaar dat juist daar veel wegen in het heuvelland insleten. Buiten Zuid-Limburg komen ook holle wegen voor in de pleistocene zandgebieden van Twente, de Veluwe, op de terrassen van Midden-Limburg en bij Bergen op Zoom. Vaak liggen deze holle wegen langs veelgebruikte handelsroutes. Ook buiten Nederland liggen holle wegen, voornamelijk in heuvellandschappen met lössbodems in aangrenzende delen van Limburg in België en Duitsland.