Achtergronden
Het hoogtepunt van de griendcultuur in Nederland lag in het begin van de 20ste eeuw, toen er zo'n 13.000 hectare griend stond. Veel mensen werkten in het griend en in de verwerking van de takken, bijvoorbeeld in Genemuiden, IJsselmuiden, Vianen, Ameide en Jaarsveld. Griendhout werd als verpakkingmateriaal gebruikt en na de opkomst van strokarton en andere verpakkingsmaterialen verdween deze afzetmogelijkheid. Na het voltooien van de Deltawerken zakte ook de markt voor rijshout in.
Een opvallende variƫteit zijn getijdengrienden zoals die in de Zuidhollandse Biesbosch en bijvoorbeeld bij Bernisse liggen. Een andere bijzonderde vorm is die van de huftgriendjes: die vinden we in de Alblasserwaard en hebben als extra functie het geven van beschutting aan het vee en de melkers. In uiterwaarden komt ook griendhout op spekdammen voor. Dat zijn bij afgraving gespaarde of speciaal aangelegde dammen. Ze liggen op vaste afstanden van elkaar en moeten de aanslibbing bevorderen, bijvoorbeeld in putten die aan de voet van de dam lagen. Griend op de dam versterkt de aanslibbing.
Verbonden met grienden zijn elementen als griendketen en waterwegen die werden gebruikt voor de afvoer van de takkenbossen. Sommige grienden lagen op rabatten.
