Beheer, behoud, ontwikkeling
Aantastingen en bedreigingen
Net als bij veel andere landschapselementen ontstaan er problemen bij het behoud na het wegvallen van de economische waarde. Dit verlies van de economische functie leidt tot verwaarlozing, met als resultaat het ontstaan van een hakhoutperceel of zelfs van een opgaand bos. Vaak wordt het perceel omgezet in landbouwgrond. Een grote bedreiging voor grienden vormen ook waterstandverlagingen. Van de vele honderden of mogelijk duizenden hectaren griendcultuur die Nederland nog niet zo lang geleden kende is nu nog maar een klein deel over.
Beheeropties
Behoud en consolidatie
De beste optie is het herstellen van oorspronkelijke kapfrequentie en inboet van verloren stoven. Dat levert de grootste variatie en de meest bijzonder natuurwaarden op. Dat betekent dat het griend één keer per jaar of één keer in de twee tot vier jaar geheel wordt afgezet. De takken worden tot bundels samengebonden en afgevoerd. Plekken waar oude stobben niet meer uitlopen worden ingeplant met jong plantmateriaal dat afkomstig is uit het griend zelf. Gaat het om een groot oppervlakte griend, dan werd traditioneel elk jaar een deel afgezet, waarbij na maximaal vier jaar de hele oppervlakte was gedaan. Het verdient de voorkeur om op dat traditionele beheer aan te sluiten en daarbij ook mogelijke regionale variaties in het beheer over te nemen. Let daarbij ook op de verschillende hoogten van de stoven en om de (wilgen-)soort die van oudsher is gebruikt. Belangrijk is ook dat de sloot rond het griend op diepte wordt gehouden. Komen er zogenaamde rabatten voor in het griend (zie voor de omschrijving het hoofdstuk rabatten) dan moeten ook die in stand gehouden worden. Aangezien grienden in of aan het water staan, moeten de sloten worden geschoond en beschadigingen aan de wal worden hersteld.
Sinds de markt voor griendtakken sterk is achteruitgegaan wordt om economische redenen vaak voor een minder intensief beheer gekozen, dat is gericht op instandhouding van het perceel als hakhout of voor een deel nog als griend. De specifieke grienddynamiek die is gebaseerd op een hoge kapfrequentie gaat daarmee verloren en maakt plaats voor een minder bijzondere hakhoutbiotoop. Bovendien zijn de soorten die voor snijgriend werden gebruikt vaak niet geschikt voor hakhoutbeheer: de stoven sterven af of scheuren open. Een griendbeheer waarbij een vaste hakcyclus wordt gehanteerd levert een bijzondere vegetatie op die om kan gaan met de hoge lichtintensiteit direct na de kap en daarna een aantal steeds donkerder wordende jaren.
Restauratie
Grienden die achteruit zijn gegaan doordat er gaten in zijn gevallen of er andere boomsoorten zijn opgeschoten kunnen hersteld worden door het opvullen van het element met griendstekken. Het is belangrijk dat daarvoor dezelfde soort wordt gebruikt als in de rest van het griend. Ook de plantafstand moet in overeenstemming zijn met de rest van het griend of - wanneer er te weinig staat om dat vast te kunnen stellen - met datgene wat in de grienden in die streek gebruikelijk is. Wel moeten soorten worden gekozen die het voorgenomen beheer verdragen.
De eenjarige, ongeveer anderhalve meter lange stekken worden aan de onderzijde in een driehoekige punt gesneden om te voorkomen dat de bast bij het stekken opstroopt. Vervolgens worden deze 40 tot 60 centimeter diep in de grond gestoken.
Reconstructie
Er zal niet vaak sprake zijn van een reconstructie van een volledig verdwenen griend, maar het kan toch voorkomen. Bijvoorbeeld in het kader van de inrichting van een heemtuin, in het kader van een landschapsontwikkelingsplan of op gronden die in het bezit zijn van een particulier. Let in dat geval op de inrichting van grienden die in dezelfde regio liggen en kies voor de soorten die daar staan en het inrichting- en aanplantpatroon dat daar ook aanwezig is.
Behoud door ontwikkeling
Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers kan zich verheugen in een groeiende populariteit. Daardoor is er meer vraag gekomen naar takkenbossen. Ook het maken van vlechtschermen als begrenzingen van tuin en andere eigendommen komt steeds meer voor. Daarvoor is griendhout bij uitstek geschikt. Grienden zijn verrassend leuke elementen om door heen te wandelen. In het Gaasperplaspark bij Amsterdam maar ook op de Floriade in de Haarlemmermeer was een griend ingericht. In stadsparken kan het een welkome aanvulling zijn om saaiheid te doorbreken en de
ecologische waarde te vergroten. Het griendhout kan vaak ter plekke in de oevers verwerkt worden.
