Achtergronden
In de oudste aanlegperiode waren de grafheuvels laag, waardoor nu vaak geen verhoging meer zichtbaar is. Ligt een aantal van die zogenaamde vlakgraven bij elkaar dan noemen we dat nu een urnenveld. Die graven kunnen tussen heuvels liggen die nu nog als verhoging zichtbaar zijn. In latere perioden werden de heuvels verhoogd met grasplaggen en er werd een greppel rond de heuvel gegraven en soms een palenkrans op de heuvel geplaatst. Grafheuvels uit de Steentijd liggen op lage plekken in het landschap, nogal eens in de buurt van akkers. Vanaf de Bronstijd werden hogere grafheuvels gemaakt, eveneens met behulp van plaggen. Soms werden ook oude heuvels uitgebreid, opgehoogd, of aangevuld met nieuwe bijzettingen. Ze konden dan tot 20 meter in doorsnee worden en meer dan 2 meter hoog, ze liggen vaak op natuurlijke hoogten, meestal in grote groepen bij elkaar. Maar ze komen ook verspreid liggend voor.
Sommige grafheuvels heten 'galgenberg': soms zijn de opvallend hoge grafheuvels uit de Bronstijd in de Middeleeuwen of later gebruikt om geëxecuteerde misdadigers aan de galg tentoon te stellen. Ze worden dan galgenberg genoemd, maar ze zijn voor zover bekend nooit speciaal voor dat doel aangelegd. Er kunnen stenen resten van fundamenten in de heuvel liggen. Deze hoge grafheuvels lagen vaak langs doorgaande wegen, waardoor het afschrikwekkend voorbeeld van de galg groot was. Soms werden de resten van de terechtgestelde later in de grafheuvel begraven. Een mooie galgenberg met resten van fundamenten ligt bij Amerongen. Nederland kent er enkele tientallen.
De grafheuvel kan later ook een functie als markering hebben gehad: van een markegrens of ter oriëntatie langs oude karrenwegen.
