Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Grafheuvels en urnenvelden kunnen te lijden hebben van vandalisme. Ook kunnen dieren schade aanrichten, bijvoorbeeld door vraat of het graven van holen. Frequente betreding van de grafheuvel is eveneens een bedreiging, bijvoorbeeld als gevolg van recreatieve paden voor terreinfietsen, ruiters en motorcrossers. Bosbouw- of landbouwwerkzaamheden, maar ook natuurontwikkeling en plagwerkzaamheden vormen ook een bedreiging voor dit type kwetsbare objecten.
Grafheuvels en urnenvelden zijn vaak begroeid, soms ook met dikke bomen. Dit is nadelig voor het bodemarchief: door de groei van de wortels en het gevaar bestaat dat de boom wanneer die omwaait een groot deel van de heuvel meeneemt. Is de vegetatiebedekking op de heuvel slecht, dan zal erosie optreden.
Deze bedreigingen van grafheuvels zijn deels een gevolg van hun zichtbaarheid, bij urnenvelden komt de belangrijkste bedreiging juist voort uit hun ónzichtbaarheid: aan de oppervlakte is de
ligging van de urnenvelden niet of nauwelijks zichtbaar. Het gevaar bestaat dan dat allerlei werkzaamheden zoals aanleg van kabels en leidingen, ploegen en afplaggen het urnenveld beschadigen.

Beheeropties

Behoud en consolidatie
De Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten (RACM) en de Stichting Archeologische Monumentenwacht (AMW) hebben richtlijnen opgesteld voor restauratie en beheer van grafheuvels. Consolidatie, restauratie en inrichting vereisen specialistische kennis en moet daarom ook archeologisch begeleid worden. Win hiervoor altijd advies in bij RACM of AMW.
Regulier onderhoud, zoals het verwijderen van opslag is niet vergunningplichtig.
Hoe het oorspronkelijke beheer van de grafheuvels is geweest zal wel nooit bekend worden. In de 19e eeuw werden de grafheuvels als ze in open terreinen lagen waarschijnlijk begraasd, samen met de omgeving. Grafheuvels liggen nu nogal eens in een bos, dat zal oorspronkelijk niet het geval zijn geweest: de terreinen waren veel meer open dan nu. Ze lagen vaak in heideterrein, waarvan grote delen sinds 1850 zijn omgezet in bouwland of productiebos.

Een belangrijk element bij het beheer van grafheuvels is het zichtbaar maken of houden van de grafheuvel. Dit kan door verwijderen van bomen en struiken. Beschadiging in toekomst wordt voorkomen door afzagen de bomen zonder de stobben te verwijderen; dat zou juist schade veróórzaken.
Bij het onderhoud hoort ook het herstellen van kleine beschadigingen van het zandlichaam of het plaggendek, zoals konijnengaten of graafwerk door honden. Kleine gaten en oneffenheden kunnen worden opgevuld. Het leggen van gaas onder de gras- of plaggenzode voorkomt een herhaling van gatengraverij. Ook moeten dode takken en rommel verwijderd worden om de grafheuvel beter zichtbaar te maken.

Ligt een grafheuvel in het bos dan kunnen de bomen in een zone van 10 meter gekapt worden om de zichtbaarheid te verbeteren. In verband met de aanwezigheid van archeologische waarden in die zone kan dit alleen na controle en advisering door RACM/AMW gebeuren. De herstelde delen van de heuvel worden met plaggen bedekt om verstuiving te voorkomen. Die plaggen moeten uiteraard nooit van de heuvel zelf worden gehaald, maar ook niet binnen een kring van 10 meter rondom de grafheuvel. Het afdekken gebeurt wel met gebiedseigen materiaal: plaggen op heide of grasland, strooisel in een bosgebied.
Gewoonlijk wordt ernaar gestreefd dat de vegetatie op de grafheuvel niet afwijkt van die van de omgeving. Maaiwerkzaamheden op en rond de grafheuvel moeten verricht worden met licht materieel: een bosmaaier of een eenassige trekker met dubbele banden en maaibalk. Door het maaisel af te ruimen voorkomt men verruiging en kan op den duur minder frequent gemaaid worden. Er is geen bezwaar tegen begrazing door kleinvee (schapen), als er maar opgelet wordt dat er geen beschadiging plaatsvindt door intensieve betreding.
Bij veel grafheuvels worden tegenwoordig informatiepanelen geplaatst. Daarvoor is geen vergunning nodig als dat buiten de 10 meter beschermde randzone gebeurt of bij monumenten buiten de rand van het beschermde deel.

Restauratie
Delen van grafheuvels die verloren zijn gegaan kunnen weer aangevuld worden met zand. Gebruik daarvoor streekeigen materiaal, dus afkomstig vanuit de directe omgeving. Verder gelden voor deze werkzaamheden dezelfde richtlijnen en adviezen als voor het reguliere beheer. Nog nadrukkelijker moet bij deze beheervariant de betrokkenheid van archeologen zijn (RACM/AMW). Het beheer van een hersteld document moet vastgelegd worden in een toetsbaar beheerplan.

Reconstructie
Reconstructie van een grafheuvel kan gebeuren op een plaats waarvan bekend is dat er vrij recent nog grafheuvels lagen. Of in een gebied waar de grafheuvel een schaars fenomeen is, om een relatie met andere elementen in het landschap zichtbaar te maken. Ook is het mogelijk dat van voormalige grafheuvels alleen de ondergrondse sporen nog bewaard zijn gebleven. In dit geval is bestudering van oud kaartmateriaal en oude inventarisaties een eerste en noodzakelijke stap.

De reconstructie van urnenvelden is meestal geen zinvolle bezigheid: ze zijn onopvallend en worden gewoonlijk pas bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij de uitvoering van werkzaamheden, zoals restauratie van nabij gelegen grafheuvels of de uitvoering van bouw- en aanlegwerkzaamheden. Wel is bijvoorbeeld in het Brabantse dorp Someren een als gevolg van een opgraving verdwenen urnenveld gemarkeerd in de bestrating van een woonwijk.

Behoud door ontwikkeling
Grafheuvels en in mindere mate urnenheuvels spreken erg tot de verbeelding. Het reconstrueren van verdween grafheuvels kan dan ook een aansprekend project zijn. Op verschillende plaatsen in Nederland bestaan al wandelroutes en fietsroutes langs grafheuvels en andere archeologische objecten, zoals de TRAP-routes van de RACM (voorheen ROB). De grafheuvels dienen zich ook uitstekend voor educatieve projecten.