Achtergronden

In Nederland zijn nog 118 geregistreerde eendenkooien. Het moet ooit een veelvoud daarvan zijn geweest. Ze worden nu vooral nog gebruikt om eenden te kunnen ringen. Daarnaast zijn er honderden resten van kooien bewaard gebleven, waarvan op grond van oude kaarten is vast te stellen dat het ooit 'echte' kooien zijn geweest. Buiten Nederland komen eendenkooien maar heel weinig voor, ze worden dan ook als een cultuurhistorisch zeer waardevol element beschouwd.
Regionaal zijn er verschillen in kooitype, zo wordt het Friese en het Noord-Hollandse type onderscheiden, waarbij het gaat om aspecten als de vorm van de plas en de hoeveelheid vangarmen. Op grond van de ligging kan een onderscheid gemaakt worden tussen zee-, rivier- en landkooien. Bij de rivieren liggen de kooien vaak in komgebieden. Een kooi kan aangelegd zijn op een plaats waar een wiel lag (een doorbraakplas langs een rivier). Kooien in duingebieden en op de Waddeneilanden worden zeekooien genoemd. Op die eilanden zijn ze een van de weinige groter zoetwateroppervlakken.

Daarnaast wordt wel onderscheid gemaakt tussen winterkooien en zomerkooien, al naar gelang het seizoen waarin de meeste vangsten werden verricht.
Eendenkooien zijn een typisch Nederlands fenomeen, maar komen toch ook elders voor. Het bijzondere is echter dat deze kooien met behulp van Nederlandse kooikers en hun ervaring gebouwd zijn. Zo werd in 1665 in Engeland opdracht gegeven tot het bouwen van een eendenkooi naar Hollands model, evenals op de Duitse en Deense Waddeneilanden. In Belgiƫ hebben ook eendenkooien gelegen. Van de vijf kooien die er geweest zijn, zijn er daar nu nog twee overgebleven. In Canada is een kooi gesticht in 1950. Deze wordt slechts gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. In deze kooi is een tijd lang een Nederlandse kooiker werkzaam geweest. In Japan is ook een eendenkooi te vinden. Deze kooi verschilt echter in opzet van de Nederlandse kooien.