Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Zoals bij veel elementen is het behoud alleen gewaarborgd zolang ze nog hun oorspronkelijke (of eventueel een latere) functie behouden. Voor zoet water is men nergens in Nederland nog afhankelijk van oppervlaktewater, de poelen verloren dus hun functie als drinkplaats voor het vee of reservoir van bluswater. Wanneer de poelen die functie verliezen ontstaat het gevaar dat ze verwaarloosd of zelfs gedempt worden. Bij verwaarlozing en het achterwege blijven van onderhoud zal een klein water als het vrij ondiep is al snel dichtgroeien en verlanden. Demping van het water kan daarnaast plaatsvinden bij egalisatie van het omringende land of door de stort van van buiten aangevoerde materialen, bijvoorbeeld afval. Uitdroging kan ook veroorzaakt worden door verlaging van het grondwaterpeil, door verbetering van de afwatering en door het lek raken van een bodem van een poel die boven het grondwaterpeil ligt. Een goed argument voor het behouden van poelen kan hun ecologische waarde zijn. Daarom wordt hieronder die 'nieuwe' functie van de kleine wateren benadrukt.

Behoud en consolidatie
Om de kleine wateren in stand te houden is regelmatig opschonen en uitbaggeren noodzakelijk, anders zal het water vroeger of later verlanden. Het opschonen is het verwijderen van planten, plantenresten en dergelijke. Bij het uitbaggeren wordt er bagger van de bodem verwijderd.
Vroeger gebeurde het onderhoud van kleine wateren altijd in handkracht, waardoor de ingreep in de levensgemeenschap beperkt bleef. Er was zo gelegenheid voor dieren om te ontsnappen en (kleine) delen van de poel bleven altijd wel ongemoeid. Plantenmateriaal kon met de sloothaak verwijderd worden, baggeren gebeurde met de baggerbeugel. Dit traditionele onderhoud vindt nu vooral nog plaats door vrijwilligersgroepen. Moderne machinale methoden van opschoning en baggeren helpen wel het landschapselement in stand te houden, maar kunnen ten koste gaan van de natuurwaarde.
Het verwijderen van de vegetatie is wenselijk wanneer ongeveer een derde van het oppervlakte bedekt is met water- en moerasplanten. Nu het opschonen en uitbaggeren gewoonlijk mechanisch gebeurt is het belangrijk dat dit gefaseerd plaats vindt. Dat betekent dat niet de hele poel of alle poelen in een terrein tegelijkertijd onderhanden worden genomen. Zo blijft er altijd een rest van de bestaande vegetatie of populatie aanwezig, die dan het gebied opnieuw kan koloniseren.
Bij het uitbaggeren is het belangrijk dat dit niet te diep gebeurt: maak de poel niet dieper dan de traditionele diepte. Er mogen namelijk geen lagen verloren gaan die historische informatie bevatten, zoals stuifmeelkorrels die kennis verschaffen over de vegetatie vroeger. Meet dus vooraf de baggerdikte. De werkzaamheden kunnen het beste plaatsvinden in september. De meeste insecten hebben dan hun cyclus in het water voltooid. Grotere dieren zijn dan nog wakker genoeg om een goed heenkomen te vinden. Voer de werkzaamheden uit met een open bak. Pas op voor een te sterke lokale verdichting van de bodem rond het water. Beperk dat door het kiezen van een tijdstip waarop de bodem veel draagkracht heeft (dus niet te nat is) en door het inzetten van graafmateriaal met rupsbanden, of met een lange arm of het gebruik van rijplaten. De omgeving van de poel kan namelijk ook cultuurhistorische waarde hebben, en het is belangrijk daar zo weinig mogelijk te beschadigen of verdichten.

Stort het vrijkomende plantenmateriaal of de bagger niet op de rand van het water, omdat dit zal leiden tot een ongewenste groei van ruigtekruiden. Leg het materiaal liever enkele meters van de rand af. Of - nog liever - voer het na enige tijd af.

Restauratie
Bij veel vennen is vastgesteld dat er in de prehistorie sprake is geweest van tijdelijke bewoning of jachtkampjes op de randen. Bij het plannen van onderhoud en restauratie moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat daar resten van worden gevonden en moeten archeologische experts worden ingeschakeld zo gauw er een vondst verwacht wordt.
Bij het herstellen van de oorspronkelijke diepte van een water is het probleem dat er allerlei informatie verloren kan gaan. Dat gevaar is nog groter wanneer je niet weet wat de oorspronkelijke diepte was, en dit zal vaak het geval zijn. Raadpleging van oude kaarten kan in sommige gevallen wellicht voldoende informatie geven. Meet altijd vooraf de baggerdikte. Ook voor kennis van de locatie en de oppervlakte van een bijna verdwenen poel is het raadplegen van kaarten die de oude situatie weergeven noodzakelijk. De vorm van de poel moet bovendien passen in het landschap. Allerlei bochtige oevers passen bijvoorbeeld niet in een rechtlijnig ontginningsgebied.
Voor het graven van een poel heb je in het algemeen een vergunning nodig van gemeente en/of provincie, ook voor het eventueel afvoeren van de grond. Mogelijk moeten daarnaast instanties als waterschap of landinrichtingscommissie goedkeuring geven. Een Klic-melding is noodzakelijk om te voorkomen dat er kabels of leidingen in de grond worden beschadigd

Reconstructie
Voor de reconstructie van een poel kan gekozen kunnen worden wanneer die de geschiedenis van het landschap meer aanschouwelijk maakt. Bijvoorbeeld wanneer oorspronkelijke poelen verloren zijn gegaan door infrastructurele werken of ruilverkavelingen. Ook kan op een brink de oude dobbe zijn verdwenen. Om opnieuw aan te geven dat poelen toch echt deel uitmaken van de geschiedenis en het historische gebruik van het landschap kan in zo'n situatie gekozen worden voor reconstructie van een poel. Raadpleeg kaarten voor de oorspronkelijke locatie en hou rekening met de hierboven geformuleerde waarschuwingen en adviezen.

Behoud door ontwikkeling
In de natuurwaarde ligt een belangrijke extra functie, ook voor wateren met een cultuurhistorische waarde. Een poel kan hersteld worden vanwege de realisering van een ecologische verbindingszone. Ook is er veel waardering voor de landschappelijke waarde van poelen. Bij het herstellen van poelen ten behoeve van de natuurwaarde kan het cultuurhistorisch belang meeprofiteren, als de restauratie of reconstructie volgens de hierboven geformuleerde richtlijnen plaatsvindt.