Achtergronden

Dijken kunnen van verschillende materialen zijn gemaakt: klei, maar soms ook wier of veen. Ook zijn stenen, vrachten puin, palen, zinkstukken van samengebonden wilgentenen en schelpen gebruikt. De zand- of stuifdijken, zoals die onder andere op Texel liggen, bestaan uit takkenbossen en zand.
Er zijn veel dijktypen in Nederland. Van de belangrijkste wordt hieronder een definitie gegeven.

• Bandijk
Een bandijk is een dijk of opgehoogde weg die gerechtelijk beschouwd wordt. Met andere woorden: rechtsdwang is de basis voor het onderhoud. Deze dijken werden langs de rivieren gelegd en zijn van later datum dan de dwarsdijken en ringdijken.

• Dwarsdijk
Een dwarsdijk ligt niet langs een rivier, maar er loodrecht op. Voor het gebied dat stroomafwaarts van de dijk ligt vermindert deze dijk de kans op wateroverlast, maar voor het bovenstrooms gelegen gebied worden de problemen juist groter. Een monumentaal voorbeeld van een dwarsdijk is de in de Middeleeuwen aangelegde Diefdijk tussen Leerdam en Everdingen.

• Hemdijk
Een hemdijk ligt langs binnenwater in de Zuidwesthoek van Friesland. Ze omringden de zogenaamde hempolders en moesten water uit de niet ontgonnen veengebieden buiten de polders houden.

• Inlaagdijk
Een dijk achter een als bedreigd beschouwd dijkvak. De inlaagdijk werd met beide uiteinden verbonden met de buitendijk. De buitendijk is soms verzwakt door juist het afgraven van klei ten behoeve van de versteviging van die dijk. Daardoor werd namelijk de kwelwaterstroom onder de dijk door versterkt, wat een ondermijnend effect had.

• Kadijk
Deze benaming wordt gebruikt voor een laag type dijk, tussen een dijk en een kade in.

• Kweldam
Een dam of dijk die op enige afstand van de rivierdijk wordt aangelegd om overlast door kwelwater in het achterliggende gebied te voorkomen. De kwelkade is vaak met de uiteinden met de rivierdijk verbonden. Kwel is waarschijnlijk pas een probleem geworden door de inklinking van het land in de laagveenontginningen, en dan met name op die plaatsen waar de rivierbodem niet bestaat uit een laag klei. De term wordt ook gebruikt voor alleenstaande kades langs een wetering of een (ander) boezemwater

• Landscheiding
Een lage dijk of kade die de grens vormt tussen twee poldergebieden (of waterschapsterritoria).

• Leidijk
Leidijken moesten voorkomen dat moerassen met een defensieve functie ontwaterden omdat dan hun werking als militaire barrière werking verloren ging. Dit type dijk valt dus onder de militaire werken. Doordat het drassig houden van terreinen niet strookte met pogingen van de bewoners om stukken te ontginnen en te ontwateren stuitten die leidijken op veel bezwaar. Ze werden slecht onderhouden en raakten snel in verval. Later werden leidijken net aangelegd om vernatting van het gebied van buitenaf te voorkómen. Delen ervan zijn nog steeds zichtbaar in het landschap, onder meer bij Bourtange (Groningen).

• Ringdijk
Een ringdijk is een dijk die werd aangelegd rond een plas die drooggelegd ging worden. Hieromheen werd een ringvaart gegraven waarop het water uit de plas geloosd kon worden.
Een ander type ringdijk vormen de dijken die in het rivierengebied werden aangelegd rond een bepaald dorp en zijn akkers. Deze dijken dienden een lokaal belang en zijn ouder dan de rivierbegeleidende bedijking.

• Schaardijk/Schoordijk
Een schaardijk is een dijk die weinig of geen voorland heeft. Het water staat bij de gemiddelde waterstand tot bij de teen van de dijk.

• Schenkeldijk/Schinkeldijk
Een schenkeldijk is een dijk die twee andere dijken verbindt. Zo'n dijk wordt in Friesland ook arm- of dwarsdijk genoemd.

• Slaperdijk
Een dijk die als extra beveiliging is aangelegd achter de bestaande dijk, of een dijk die doordat er dichter bij het water een nieuwe en hogere waterkering is aangelegd geen primaire waterkering meer is. De slaperdijk wordt pas waterkerend als de eerste dijk bezweken is.

• Stuifdijk/Zanddijk
Een stuifdijk wordt aangelegd om duinvorming te stimuleren, op plekken waar de kust of een eiland bedreigd wordt. Dit type dijk komt nu nog op de waddeneilanden voor, maar ze zijn uit het verleden ook bekend uit de Kop van Noord-Holland en de omgeving van Westkapelle. Ze worden ook wel zanddijken genoemd. De gevormde duinen moesten als waterkering gaan fungeren. Een ander doel was het creëren van een ophoging van het in de luwte gelegen deel van het buitendijkse land, dat daarna ingedijkt kon worden. Zanddijken konden dus zowel een defensief als een offensief doel hebben. Stuifwallen zijn ook aangelegd in het binnenland, om de uitbreiding of verplaatsing van stuifzand te voorkomen.

• Vingerling
'Vingerling' is in het rivierengebied de naam voor een dijk die rond een wiel wordt gelegd om na een doorbraak de dijk weer aaneengesloten te maken. Het wiel was vaak te diep om te dempen of er een dijk doorheen te leggen.

• Wakerdijk
Een wakerdijk is de dijk die onmiddellijk langs het water ligt. Dit type komt voor als zeedijk en als rivierdijk

• Wierdijk
Een wierdijk is een dijk met een versterking door een laag van wier (eigenlijk zeegras) aan de zeezijde. Dit is een oud type dijk, dat veel onderhoud vereiste. Na het massaal optreden van de paalworm in 1732 verloor dit type dijk aan betekenis. Hét voorbeeld van een wierdijk ligt bij het voormalige eiland Wieringen. Deze dijk bestaat vrijwel geheel uit wier en dateert uit de 16e eeuw.

• Winterdijk
Een winterdijk is een dijk langs rivieren die hoog en zwaar genoeg is voor de hoogste waterstand.

• Zijd(e)wende
Een zijdewende (ook wel ziendijk of zuwe genoemd) is een loodrecht op de stroomrichting van de rivier liggende dijk. Deze moet het gebied beschermen dat benedenstrooms van deze dijk ligt. Dit is een typisch voorbeeld van een dijk met een regionaal belang, want ze veroorzaakte overlast voor het stroomopwaarts liggende gebied. Er ontstonden dan ook regelmatig conflicten rond deze dijken. Sommige auteurs gaan ervan uit dat zijdewenden pas werden aangelegd toen er al lokale dijken langs de rivieren lagen. De aanleg van zijde wenden zou dan de eerste activiteit van een opgericht waterschap kunnen zijn en daarmee een meer dan lokale betekenis hebben. Door de aanleg van aaneengesloten rivierdijken hebben deze dwars dijken hun functie verloren.

• Zomerdijk.
Een zomerdijk is een lage dijk die de in de zomer voorkomende relatief lage waterstanden kan keren.