Een beheerder aan het woord
"Ik ben er eigenlijk behoorlijk mee aan"
In het noorden van Groningen is de kustlijn door landaanwinning vaak opgeschoven. Er liggen daardoor landinwaarts allerlei resten van oude dijken. Harm Westers beheert delen van een slaperdijk uit 1718, in de buurt van Pieterburen. Ze zijn onderdeel van zijn biologische bedrijf van 80 hectare.
Om welke elementen gaat het?
Twee stukken van de oude provinciale dijk, samen 7 hectare groot. Ze steken nog 3 tot 5 meter boven het land uit.
Wie financiert het beheer?
Ik heb ze ongeveer 10 jaar beheerd zonder een vergoeding, sinds 2 jaar zitten ze in de SAN (Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer), als 'kruidenrijk weiland'.
Hoe kwam de historische informatie boven tafel?
Onder andere uit de nota 'Oude Groninger Dijken'. Over het beheer vroeger is hier in de streek nog veel kennis aanwezig. Ik heb hier altijd gewoond en herinner me oude vormen van beheer nog en heb de indruk dat de dijken minder soortenrijk zijn geworden.
Welke uitgangspositie was er?
Twaalf jaar geleden waren de dijken minder gevarieerd begroeid dan nu. Ze werden bemest en beheerd alsof het gewoon grasland was.
Wat is er vervolgens gebeurd?
De eerste tien jaar heb ik de dijkstukken gemaaid en afgeruimd. Het maaisel
werd gecomposteerd en er vond nabeweiding met paarden plaats. Ik betaalde
het beheer zelf. Sinds twee jaar is er sprake van extensieve runderbegrazing en er wordt bijgemaaid. Bovendien bestrijd ik onwelkome onkruiden, zoals Jacobskruiskruid en distels.
Wat is de functie nu?
De dijken maken onderdeel uit van mijn bedrijf en hebben dus een agrarische functie. Met de begrazing ben ik nu gestopt door de eisen van de dienst Regelingen (LNV): er mogen nét geen twee runderen op!
Hoe verliep het proces verder?
Ik kan hier geen positief verhaal over houden. Om het op zijn Gronings te zeggen: ik ben er eigenlijk behoorlijk mee aan. Het is een geldverslindende operatie. Het hooien van dijken is erg lastig, want je hebt het afrolrisico: een van de kanten is nog behoorlijk steil. Andere vormen van beheer zijn arbeidsintensief of niet toegestaan vanuit de subsidieregeling. Ik bloot het nu een beetje, op 15 centimeter hoogte, om ongewenste kruiden te bestrijden. Maar bijvoorbeeld Jacobskruiskruid gaat daarna toch weer bloeien. Op de mooie stukken wacht ik tot zaad gevormd is. Mest mag er uiteraard niet op. Bij zo'n oude dijk zit de oppervlakte vol bultjes en kuilen, dat maakt mechanisch werken lastig. Veel werk doe ik met de hand.
Waar is het succes aan af te meten?
Ik geniet van de dijk, de vegetatie is gevarieerder en ijler geworden, met mooie soorten als morgenster, pastinaak en wilde peen. En er vliegen veel vlinders. Helaas zijn de akkerdistels door mijn beheer niet afgenomen.
Wat zijn de knelpunten in de praktijk?
Betaalbaar mechanisch beheer is niet mogelijk op dit soort kleine en hobbelige elementen, zonder dat je de zode beschadigt.
Hebt u aanbevelingen?
-Werk bij de beheerssubsidie met afrekening op het eindresultaat, schrijf niet de manier voor waarop dat resultaat bereikt moet worden. Gebruik de creativiteit van de boeren!
- Ik heb eens een lezing van professor Sykora bijgewoond, en die gaf als advies om bij moeilijk te verschralen stukken te werken met een afwisseling van een maand intensieve begrazing en een maand rust. Dat zou ik graag eens uitproberen, maar binnen de huidige beheerregelingen mag dat niet.
- Er moet meer onderzoek komen naar acceptabele beheersvormen. Begrazing door schapen lijkt me een goede methode hier. Maar dan moet er een raster worden gezet en moet er weer bemest worden.
