Een beheerder aan het woord

"Aardkunde en cultuurhistorie zijn moeilijk te financieren"

In Limburg is het IKL (Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg) de provinciale organisatie voor Landschapsbeheer. Vanaf 1994 is het IKL actief met een GEA-project, waarin een groot aantal historische landschapselementen wordt opgeknapt. De coördinator cultuurhistorie en aardkunde bij het IKL is Roland van der Enden. Hij vertelt over het beheer van een grindgroeve

Om welk element gaat het?
Het betreft een grindhoeve bij Crapoel, in de gemeente Gulpen-Wittem. De groeve is eigendom van Staatsbosbeheer. In het kader van het GEA-project van onder meer het IKL is de groeve opgeknapt en wordt die nu onderhouden.

Welke partijen zijn verder nog betrokken bij het beheer?
TNO en het Natuurhistorisch Museum in Maastricht zorgen voor de wetenschappelijke ondersteuning, evenals de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Nederlandse Geologische Vereniging.

Wat is er gebeurd aan beheer?
De groeve was overgroeid met bomen en struiken, die zijn weggehaald, waarbij we de stronken in de grond lieten zitten. Het is een erosiegevoelig terrein, dat in een bosgebied ligt. De helling is vrijgemaakt van bomen en struiken, de profielwand is zichtbaar gemaakt en de bodem van de groeve is vlak gemaakt. Nu wordt die bodem gemaaid en verschraald. Er is in de buurt ook een poeltje gegraven en er is een informatiebord geplaatst en zelfs een picknickplaats.

Welke functies heeft het element nu?
Een educatieve, recreatieve en landschappelijke functie.

Wie was de trekker?
Dat waren we zelf. Het GEA-plan is door IKL opgesteld dankzij het ROM-project Mergelland. De Rijksgeologische dienst was daar bij betrokken. Ploegen van het IKL deden het werk en doen nu - op afroep - het onderhoud.

Waar kwam de historische informatie vandaan?
Van het Natuurhistorisch Museum, een plaatselijke deskundige en uit onderzoek in gemeentearchieven. Ook het plaatselijke IVN beschikte over veel kennis.

Hoe verliep het proces?
Er waren wel wat knelpunten. Dat kwam onder andere doordat er verschillende belangen spelen in zo'n terrein: een geologisch belang, een natuurbelang en de landschappelijke en recreatieve waarde van het element.

De wetenschappers (geologen) konden zich pas vinden in het plaatsten van een informatiebord en picknickplaats toen duidelijk werd dat ook groepen studenten daarvan zouden profiteren. Het ROM wilde bij dit soort projecten juist een publieksfunctie met recreatie en informatie.
Het krijgen van de nodige vergunningen zorgde ook voor vertraging in de uitvoering.
Het opknappen van een ander element in Limburg kon niet doorgaan omdat er een zwerver in huisde! De plaatselijke bevolking nam het voor die man op

Zijn er nieuwe inzichten?
Mensen willen graag zelf dingen 'ontdekken', een actieve rol spelen bij educatie kortom. Daarom is het beter om te werken met een speurtocht of een wandelroute op papier dan met opvallende borden en pijlen

Heb je aanbevelingen?
- Het opknappen van dit soort elementen lukt eigenlijk alleen wanneer je daarbij kunt meeliften met een landinrichting, herinrichting of bijvoorbeeld de vernieuwing van een bestemmingsplan. Zorg dat de inventarisatie van dit soort elementen klaar is en up to date: dan kun je snel meeliften met dergelijke planvorming.
- Werkzaamheden voor aardkundige en cultuurhistorische waarden zijn op zích moeilijk te financieren. De kans dat dit lukt wordt groter wanneer het element in een bos ligt of een opvallende natuurwaarde heeft. Financiering lukt daarnaast bijna alleen als het element ook ontsloten wordt.