Beheer, behoud, ontwikkeling
Aantastingen en bedreigingen
De buitenplaatsen zijn vaak gebouwd en ingericht in tijden van economische voorspoed. Volgt daarna een minder voorspoedige tijd, dan blijkt niet zelden dat het onderhoud van al het moois niet meer is op te brengen. Ook door ontginningen, aanleg van infrastructuur en uitbreidingen van dorpen en steden zijn veel buitenplaatsen verdwenen of aangetast. Het hoofdgebouw bleef nog wel staan maar het park verdween vaak grotendeels. In de Duin en Bollenstreek zijn veel buitenplaatsen verdwenen door het afgraven van het duinzand in de 19e eeuw. Het kasteel Keukenhof ligt er nog als een van de weinig resterende, compleet met park. De belangrijkste bedreigingen zijn tegenwoordig eigenlijk nog dezelfde: uitbreiding van bebouwing en aanleg van nieuwe infrastructuur.
Beheeropties
Behoud/ consolidatie
Bij het beheer is kennis van de oorspronkelijke vorm en betekenis van de verschillende groene elementen van belang. Het beheer is dus gericht op behoud van de oorspronkelijke structuren. Is er (nog) niet veel over bekend, vermijd dan in elk geval drastische ingrepen zoals het aanleggen van nieuwe paden, het opheffen van paden of verrichten van nieuwe aanplant. Een aanplant moet zo beheerd worden dat de bomen zo lang mogelijk blijven staan, al moet ook weer niet te laat worden gekozen voor het verjongen van de aanplant. Verder worden de waterpartijen op diepte gehouden en hoogteverschillen in de aanleg gerespecteerd. Het traditioneel beheer van elementen als knotbomen, grienden en hakhout wordt voortgezet. Graslanden en bermen worden gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Stinsenbegroeiing wordt vrijgehouden van onkruid en fruitbomen worden op tijd bemest en gesnoeid. Bloemperken vragen onderhoud om ze vrij te houden van ongewenste begroeiing. Ze lenen zich vaak voor vlinderbeheer.
Restauratie en reconstructie
Is de structuur van een tuin rond een buitenhuis verloren gegaan door sterke verwaarlozing, dan zijn er vaak nog wel resten te vinden van de oude aanleg. In dat geval kan gekozen worden voor een restauratie of reconstructie. De eerste vraag die daarbij gesteld wordt is: kies je voor een specifiek tijdsbeeld (bijvoorbeeld begin 19e eeuw), of moet de nieuwe situatie een beeld geven van de ontwikkeling van de buitenplaats door de jaren heen?
Beide keuzen vereisen een grondige studie van historische bronnen, zoals oude kaarten, beschrijvingen en mogelijk zelfs ontwerptekeningen van de buitenplaats. Op grond daarvan zal gekozen moeten worden voor een van de twee hierboven genoemde mogelijkheden. Als er voor één bepaald tijdperk wordt gekozen, kies dan een stijl waarvan weinig gave voorbeelden bewaard zijn gebleven. En zelfs na die keuze is het uiteraard ongewenst dat elementen in de inrichting die verwijzen naar oudere perioden verloren gaan. Schakel voor de expertise een landschapsarchitect in. Hou er rekening mee dat buitenplaatsen vaak onder de monumentenwet vallen. Niet zelden zal er rond een oude buitenplaats bovendien sprake zijn van een archeologisch meldingsgebied.
Van een reconstructie is sprake wanneer er vrijwel niets meer over is van de oude structuren van de buitenplaats. Aanknopingspunten in het veld ontbreken vrijwel. Als bronnen voor de restauratie kunnen dan oude foto's, tekeningen, beschrijvingen, kaarten en plattegronden fungeren. Ook hier is keuze voor een consequente lijn in de reconstructie belangrijk. In dit geval kan gemakkelijker worden gekozen voor een bepaald tijdbeeld, aangezien er weinig resten van eerdere of latere situaties verloren kunnen gaan. Maar ook dan moet er rekening worden gehouden met onzichtbare resten, bijvoorbeeld het bodemarchief.
Ontwikkeling: kansen en mogelijkheden
Er is bij veel bewoners van de buitengebieden belangstelling voor de 'Nieuwe landgoederen regeling'. Die komt er in het kort op neer dat men de status van 'Nieuw Landgoed' aan kan vragen waarmee belangrijke belastingvoordelen kunnen worden verkregen (bijvoorbeeld voor de successiebelasting). Een voorwaarde is dan wel dat een groot deel van het landgoed (dat minimaal 5 hectare groot is) openbaar toegankelijk wordt en dat er een beheerplan is. Bij de kandidaten voor de nieuwe land-goederenstatus zijn niet alleen echt nieuwe locaties, maar ook locaties die ooit een 'landgoedachtig' allure hadden. Dat laatste biedt uitgerekende mogelijkheden voor restauratie of reconstructie van de oude landgoedstructuur.
Ook is er de laatste jaren veel vraag naar bestaande gebouwen op landgoederen of andere representatieve locaties als woonruimte, kantoor of ander bedrijfspand. Verder bestaat er een grote vraag naar allerlei vormen van openluchtrecreatie. Die zouden ook in vaak beperkte mate mogelijk zijn op een landgoed. Daarnaast biedt natuurontwikkeling een mogelijkheid: in het kader van de realisering van ecologische verbindingen neemt de belangstelling voor bestaand 'oud' groen toe, groen zoals dat vaak nog rond buitenplaatsen ligt. Juist dit cultuurlijke groen heeft vaak een grote ecologische betekenis.
