Achtergronden

Boezemlanden zijn een hulpmiddel voor de afwatering van laaggelegen gebieden. Hoe die afwatering gebeurt is afhankelijk van lokale omstandigheden. Veel van de boezemlanden zijn honderden jaren lang in gebruik gebleven, omdat zij nu eenmaal op plaatsen lagen waar de omstandigheden geschikt waren: vlakbij een meer of grotere waterafvoerende rivieren en aan het uiteinde (doorgaans het westelijke) van door de ontginning aangelegde weteringen.
Boezems konden hun functie verliezen doordat het afwateringspunt werd verlegd. Door het gebruik van motoren (eerst stoom, daarna diesel en elektra) werd het mogelijk uit te wateren op plaatsen waar dat voordien technisch niet mogelijk was en op momenten dat het buitenwater hoog stond. Boezemlanden ontlenen hun waarde mede aan het systeem waarvan ze deel uit maken, een stelsel met molens, soms zowel boven- als ondermolens (een molengang), kaden, watergangen en sluisjes.