Beheer, behoud, ontwikkeling

Aantastingen en bedreigingen
Een belangrijke bedreiging voor het voortbestaan van boezemlanden is het verlies van hun oorspronkelijke functie. De infrastructuur die hoort bij het onder water kunnen zetten van het land en het weer afvoeren van het water gaat daarna vaak verloren. Zo werden molens afgebroken en aan- en afvoerwaterlopen verlandden. Ook kan de boezem zelf zijn geschiktheid voor het bergen van water verliezen, bijvoorbeeld door verwaarlozing van de kaden rond de boezem, of vertrapping door vee.
Andere aantastingen zijn het gevolg van de aanleg van nieuwe infrastructuur. Ook té intensieve recreatie vormt een bedreiging van de boezemlanden. Raakt de zode beschadigd, dan krijgen verstoringkruiden een kans en kunnen er - doordat er nieuwe grondlagen aan de oppervlakte komen - meer voedingsstoffen vrijkomen, wat ten kost van de schrale vegetatie van het boezem gaat.
Dat de teloorgang van boezemlanden serieuze vormen aanneemt kunnen we bijvoorbeeld zien aan de totale oppervlakte boezemlanden in Friesland: die liep in ongeveer honderd jaar terug van 100.000 naar minder dan 300 hectare.

Beheeropties

Behoud en consolidatie
De hele structuur van een boezemland blijft alleen intact wanneer die nog zo nu en dan wordt gebruikt. Dat betekent dat er bovendien onderhoud plaatsvindt van oevers, sluizen en molens. Voor de natuurwaarden is het gunstig wanneer het land nog steeds periodiek onder water wordt gezet. Een alternatief is het toepassen van een maaibeheer dat gericht is op verschraling, oftewel maaien en afvoeren. Het onder water zetten gebeurt het liefst aan het einde van de winter, zodat de natuurlijke fluctuatie in het waterpeil wordt geïmiteerd. Als dit tot en met maart of april wordt gedaan profiteren ook de terugkerende (weide-)vogels.
Na het droogvallen kan het land beweid worden, liefst met schapen. Maaibeheer is een goed alternatief, wanneer er sprake is van een interessante vegetatie, die gediend is bij verschraling. Eventueel kan ook het botanisch meest interessante deel verschraald worden door maaien en afvoeren, terwijl de rest wordt begraasd. Het inrichten van een stortplaats op of bij het boezemland - bijvoorbeeld tussen wat struiken of onder bomen - verkleint de problemen van het afvoeren van het maaiafval. Die stortplaats kan ook ingericht worden als broeihoop.

Restauratie
Gezien de uitgebreide infrastructuur die hoort bij boezemlanden is restauratie van het complete systeem alleen zinvol wanneer niet al te veel onderdelen van het systeem zijn aangetast. Een aanvoersysteem voor water moet aanwezig zijn, een laaggelegen land met een kade of dijk er omheen en
de mogelijkheid om het water weer af te voeren.

Reconstructie
Een reconstructie van een verdwenen boezemland ligt niet erg voor de hand, al wordt dit in het kader van de toenemende waterproblematiek steeds interessanter. In dit geval is bestudering van het oude stelsel en de ligging en vorm van de oude elementen het uitgangspunt.

Behoud door ontwikkeling
Op veel plaatsen, en met name in het rivierengebied wordt gezocht naar meer mogelijkheden voor wateropvang. Het gaat daarbij zowel om het vasthouden van regenwater als om de noodopvang van rivierwater. Het regenwater kan dan later in het jaar benut worden voor bijvoorbeeld de landbouw. Het rivierwater kan worden afgevoerd nadat het rivierpeil is gedaald. Voormalige boezemlanden kunnen hier goed voor gebruikt worden, omdat ze laag zijn gelegen en vaak in de buurt van de rivieren of daarmee verbonden watergangen.
De voormalige boezemlanden kunnen daarnaast worden gebruikt voor recreatie, bijvoorbeeld als natuurijsbaan. Verder bieden boezemlanden goede aanknopingspunten voor natuurontwikkeling. Het Wetterskip Fryslân gebruikt die mogelijkheid in de Lemsterpolders.