Wat en waar
Een boerenerf is een begrensd stuk grond waarop de boerderij (of voormalige boerderij), schuren, tal van kleinere bouwsels, een mestvaalt en moes- en siertuin liggen. Het boerenerf is door beplanting, hekken of een sloot gewoonlijk afgescheiden van de rest van het akker- of weideland. De afscheiding met het land kan bestaan uit een windsingel, een sloot of rijen knotbomen. Op het erf wordt vaak een siergedeelte, een nutsgedeelte en een werkgedeelte gevonden. Per streek verschilt de ligging van deze delen sterk. In het algemeen ligt het siergedeelte aan de wegzijde of voorkant van de boerderij. Nutsdelen bestaan uit moestuinen, al dan niet sierlijk aangekleed, huisboomgaardjes of bleekveldjes. Deze liggen vaak aan de zijkant. Het werkdeel of de 'plaat' ligt aan de achterzijde met rondom de schuren. Een uitzondering zijn de kenmerkende boerderijen in Zuid-Limburg en Zeeuws Vlaanderen waarbij alle gebouwen rondom een binnenplaats liggen.
De oprit van het erf wordt vaak gesierd met een poort of met twee statige bomen. Ook komen korte laanbeplantingen voor. Bij de boerderij staan vaak leilinden om in de zomerperiode schaduw te geven en in de winter de gure wind op te vangen. Wat minder bekende elementen van een boerenerf zijn geriefhoutbosjes.
Voor de siertuin zorgde gewoonlijk de boerin, terwijl het nutsgedeelte, dat een sterkere verbinding met het bedrijf heeft, door de boer werd onderhouden. Het boerenerf in zijn huidige vorm is al eeuwen bekend. Afhankelijk van de conjunctuur en de heersende mode was het sierdeel groter of kleiner. Ook het type bedrijf zoals gemengd, akkerbouw of veeteelt heeft invloed op de indeling van het erf.
Boerenerven komen in elk landschapstype voor en in elke provincie. Er zijn regionale verschillen herkenbaar in zowel de boerderijtypen als in de bijbehorende erven. In veel publicaties, maar bijvoorbeeld ook bij cursussen over boerenerven, wordt nog altijd de suggestie gewekt dat het gaat om vaste regionale typen, waarvan de kenmerken door de tijd heen constant waren. Inmiddels weten we boerenerven net als andere verschijnselen een veel dynamischer geheel hebben gevormd, waarbij ontwikkelingen in de ruimere geografische context hun sporen direct nalieten in de wijze waarop men de boerenerven heeft ingericht.
