waardering
Niet al het cultuurhistorisch waardevolle kan daadwerkelijk behouden worden. In de ruimtelijke ordening moeten we, net als bij de inrichting van ons eigen huis, voortdurend kiezen. Als we alles weggooien zullen we ons moeilijk thuis kunnen voelen. Maar als we alles bewaren wordt het huis te vol en daarmee onleefbaar. Dan is er al snel geen ruimte meer voor onszelf. Dus maken we voortdurend keuzes. Belangrijk is de vraag of een object nog functioneert: een kapotte schaal gaat in de vuilnisbak. Vaak zijn de afwegingen echter veel ingewikkelder. Wat als die kapotte schaal nu een dierbare herinnering is aan een gedenkwaardige echtelijke ruzie? De krant van gisteren gooien we bij het oud papier, maar als we op de vliering een pak kranten uit 1920 tegenkomen, doen we die minder makkelijk weg. Een reproductie van een Van Gogh bewaren we misschien omdat we die na jaren nog mooi vinden, of gooien we weg omdat hij verbleekt. Een echte Van Gogh bewaren we omdat we hem mooi vinden en omdat die geld waard is. Of verkopen we hem dan juist? Een oude grammofoonplaat met een tik erin brengen we naar de rommelmarkt. Maar als het nu precies om die bijzondere uitvoering gaat die nog niet op cd is uitgebracht? Dan toch nog maar een tijdje naar die tik in de plaat luisteren?
De afwegingen in het landschap lijken wel iets op die in ons eigen huis. Ook in het landschap gaat het om voortdurende keuzen, waarbij we ons steeds af moeten vragen of, en waarom, we iets belangrijk vinden. Voor het bepalen van de cultuurhistorische waarde van landschapselementen is een aantal criteria ontwikkeld, die verrassend veel lijken op de afwegingen die we net maakten voor ons huisraad. De meest gebruikte zijn zeldzaamheid, gaafheid, kenmerkendheid en samenhang.17) We kunnen die criteria in twee groepen indelen.
De eerste groep bestaat uit criteria die we voor een hele categorie elementen opstellen.
- Zeldzaamheid moet op verschillende schalen worden bekeken: in Drenthe liggen zo'n 50 hunebedden, in de rest van Nederland liggen er maar een paar (en zijn ze dus erg zeldzaam), elders in Europa liggen er honderden en zijn ze weer niet zo zeldzaam. Het Zuid-Limburgse landschap met zijn dalen en plateaus is binnen ons land zeldzaam (en dus hoog gewaardeerd), maar komt buiten onze landsgrenzen weer veel vaker voor. Voor locale bestuurders is dit moeilijk te beoordelen. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is zeldzaamheid een belangrijk criterium, immers, hoe zeldzamer een element of patroon is, hoe belangrijker het is als getuige van een landschappelijke ontwikkeling in een bepaalde periode van de geschiedenis en hoe hoger dus de informatiewaarde ervan is.
- Objecten kunnen kenmerkend of gezichtsbepalend zijn voor een gebied, bijvoorbeeld de Maasheggen voor het Maasgebied bij Boxmeer of de terpen voor het zeekleigebied van Groningen en Friesland. Ook kunnen objecten kenmerkend zijn voor een bepaalde ontwikkeling, zoals de komst van vloeivelden voor de aardappelmeelindustrie in de 19e eeuw. In de regel wordt kenmerkendheid geïnterpreteerd als: 'kenmerkend voor de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap'.
De tweede groep moeten we voor afzonderlijke elementen bepalen.
- Gaafheid (herkenbaarheid) duidt op de staat waarin een object verkeert. Is een grenswal nog over een grote lengte als wal te herkennen? Of zijn er slechts fragmenten of zelfs alleen grondsporen over? Gesteld kan worden dat de informatiewaarde van een element of patroon groter wordt naarmate het beter in het landschap bewaard is gebleven. Anderzijds komt een object dat nog maar moeilijk herkenbaar is als eerste in aanmerking voor beheer.
- Met het criterium samenhang geven we aan dat het geheel meer is dan de som van de delen. Dit is in de praktijk een belangrijk criterium. Het begrip samenhang heeft nooit betrekking op één element of patroon, maar op de relatie tussen minimaal twee elementen of patronen tegelijk. Het is daarom vaak lastig te operationaliseren. Desalniettemin zijn de deskundigen het erover eens dat een cultuurhistorisch object dat in samenhang met andere objecten of patronen voorkomt hoger gewaardeerd dient te worden dan een afzonderlijk object. Dit wordt ook wel de ensemblewaarde genoemd.
Samenhang kan nog nader worden gespecificeerd in ruimtelijke samenhang (de verschillende objecten bevinden zich in elkaars nabijheid), genetische samenhang (de objecten hangen functioneel met elkaar samen) en temporele samenhang (de objecten dateren uit dezelfde periode, maar hebben functioneel niets met elkaar te maken). - Daarnaast wordt vaak aan landschapselementen een extra waarde toegekend omdat er verhalen omheen spelen, over gebeurtenissen of mensen. Wegkruisen en kapellen, bijzondere bomen en andere objecten ontlenen een deel aan hun waarde aan dergelijke verhalen. Dergelijke waarden zijn moeilijk in een systeem onder te brengen en worden in waarderingen door deskundigen zelden meegenomen. Daarentegen zijn ze wel van groot belang voor de betrokkenheid van streekbewoners bij hun omgeving. Ook wordt vaak ouderdom als criterium genoemd; zo gaat de Monumentenwet uit van een minimale leeftijd van vijftig jaar voor een aanwijzing tot rijksmonument. Belangrijker dan de exacte ouderdom is echter, dat een element uit een voorbije periode dateert. Zo heeft de opkomst van de mobiele telefoons vrijwel een einde gemaakt aan telefooncellen, die nog pas enkele decennia geleden wijdverbreid werden. Telefooncellen behoren daarmee al bijna tot het terrein van de cultuurhistorie.
Samenvattend kunnen we vaststellen dat bij waarderingen in ieder geval de criteria kenmerkendheid (voor de landschapsgenese), zeldzaamheid en gaafheid betrokken moeten worden, en dat samenhang met andere elementen en patronen een cultuurhistorische meerwaarde heeft. Vanuit het aspect van de beleving kan indien gewenst betekenis worden toegekend aan criteria als ouderdom en diversiteit.
Bij de waardering is het verder van belang dat er wordt 'gescoord' op de criteria. In het verleden is daar al veel discussie over gevoerd. Een van de meest recente studies hierover ('Ontgonnen Verleden', Baas e.a., 2000) heeft voorgesteld dit aan de hand van 'multicriteria-analyse' te doen. De nogal technische uitwerking, waarbij gebruikt wordt gemaakt van statistische technieken, heeft de werkbaarheid in de praktijk tegengestaan. Desalniettemin heeft de methode een aantal belangrijke inzichten opgeleverd. Zo is het van belang de scores niet over al te veel klassen te verdelen. Een verdeling in drie klassen is eigenlijk al lastig genoeg, bijvoorbeeld 'niet zeldzaam', 'zeldzaam' en 'zeer zeldzaam'.


