praktische mogelijkheden
Om behoudsdoelen vast te stellen, dient men niet alleen te beschikken over gegevens over kenmerken en waarde van objecten, maar ook over inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de omgeving. Een belangrijk onderwerp is bijvoorbeeld de functie van een object. Dit onderwerp wordt wel eens gebuikt als criterium voor waardering, maar daar hoort het duidelijk niet thuis. Een object dat functioneert is wel eenvoudiger te onderhouden, maar een tekening van Rembrandt in een doos op zolder is niet minder waard dan een soortgelijke tekening die in een museum door duizenden mensen bekeken wordt. Monumentenzorg en landschapsbescherming (vaak als onderdeel van natuurbescherming vreemd genoeg) zijn voortdurend bezig met het zoeken naar functies. Een boerderij die leeg staat, zal meestal niet lang meer bestaan. Vinden we een nieuwe functie, door een verbouwing tot appartementen of desnoods gebruik als caravanstalling, dan mogen we hopen dat er tenminste voldoende onderhoud wordt gepleegd om het gebouw overeind te houden.
Ook voor landschappen bepaalt het (toekomstige) functioneren mede voor welke beheervorm wordt gekozen. Hieronder wordt dit, bij wijze van voorbeeld, voor enkele mogelijkheden in agrarische landschappen uitgewerkt. Op de verticale as wordt de cultuurhistorische waarde gegeven in twee categorieƫn: gebieden waar het historische landschap nog goed herkenbaar is en gebieden waar dat niet meer het geval is. De laatste zijn aangeduid als 'vernieuwd landschap'; het gaat om landschappen die, bijvoorbeeld door een (ouderwetse) ruilverkaveling, zo sterk zijn veranderd dat alleen nog losse historische objecten zijn overgebleven. Op de horizontale as zijn twee mogelijkheden voor de toekomst uitgewerkt. In de eerste zal het gebied deel gaan uitmaken van een stadsuitbreiding of van een grootschalige natuurontwikkeling. Het betekent een verandering waarbij het gebied haar oude agrarische functie verliest en een nieuwe functie krijgt die leidt tot snelle, zeer ingrijpende veranderingen in bodemgebruik en inrichting. In de tweede is een dergelijke grootschalige en snelle verandering niet voorzien.
Net als de waardering speelt de kwestie van behoud of ontwikkeling zich af op twee niveaus: dat van gebieden en dat van individuele objecten. In drie van de vier situaties in bovenstaande tabel gaat het alleen nog om het laatste, omdat er niet meer is of omdat het in de praktijk niet mogelijk is meer te behouden. Alleen bij de vierde mogelijkheid, voortgezet agrarische gebruik in een waardevol landschap, is het mogelijk ook voor de toekomst te streven naar behoud van de belangrijkste historische kenmerken en objecten. Een groot aantal van deze gebieden valt binnen de Ecologische Hoofdstructuur of heeft de afgelopen jaren de status van Belvederegebied (Nota Belvedere, 1999)of Nationaal Landschap (Nota Ruimte, 2004) gekregen.


