Archieven

Van de meeste Nederlandse gebieden is de landschapsgeschiedenis slecht of onvoldoend bekend. Degene die iets wil weten over een bepaald cultuurhistorisch landschap of object, zal zich dus moeten verdiepen in die geschiedenis. En hierbij kan men in veel gevallen niet volstaan met wat er in de literatuur al bekend is. Men zal ook uit primaire bronnen moeten putten, met andere woorden: het archief in. En dit gebeurt niet of nauwelijks, ook niet door ingehuurde advies en/of onderzoeksbureaus. Dat is vreemd en jammer, want veel historische informatie blijft zo onbenut. Een veel gebruikt argument is dat archiefonderzoek veel tijd en geld kost. Maar tegen een bodemkundige of geoloog die een kaart moet maken zeggen we toch ook niet dat er geen geld en tijd is voor het maken van boringen? Een praktische kanttekening bij het raadplegen van archieven is dat het kunnen lezen van oudere handschriften (van voor 1800) wel een deskundigheid is die men moet beheersen. Met enige regelmaat worden er cursussen 'transcriberen' van oude handschriften aangeboden, bijvoorbeeld door universiteiten.

Voor een goede oriëntering wordt aangeraden de serie Overzichten van de archieven en verzamelingen in de openbare archiefbewaarplaatsen (13 delen, Alphen aan den Rijn, 1979-1988) te raadplegen. Per provincie worden daarin alle archieven opgesomd die zich bevinden in het rijksarchief, de gemeente- en streekarchieven en de archieven van waterschappen.

In de voorafgaande paragraaf is al het één en ander gezegd over het gebruik van oude kaarten en kadastrale bronnen. Van belang voor (lokaal) cultuurhistorisch onderzoek zijn verder de waterschaps- en polderarchieven, de bestuursarchieven en de niet-overheidarchieven (naar Beenakker, 1989):

  • Waterschaps- en polderarchieven. Verder wordt hier bedoeld de archieven van veenschappen, droogmakerijen, hoogheemraden, dijkschappen en dergelijke. In Nederland zijn vele honderden zelfstandige 'waterschappen' geweest. In de loop der tijd zijn die samengevoegd in grotere waterschappen. De archieven van de voormalige waterschappen worden beheerd door het rijksarchief, gemeentearchief, streekarchief of het waterschap zelf.
  • Bestuursarchieven. Voor circa 1800 zijn de bevoegdheden van lokale besturen, zoals dorpen, kerspelen, buurtschappen, heerlijkheden en polders nauwelijks wettelijk omschreven en bestaan er wat bevoegdheden en taken betreft grote verschillen per provincie en ook binnen iedere provincie. De archieven van deze instellingen (voor wat hun bestuurlijke taken betreft) worden bewaard door de gemeente of het rijksarchief in Den Haag. Een bijzondere categorie vormen de archieven van de markeorganisaties. Deze organisaties waren eigenaar van de marke, het gemeenschappelijke grondbezit van het dorp. De woeste gronden van de marke waren gezamenlijk bezit van de geërfden in de buurschap. In de markearchieven kunnen gegevens worden gevonden betreffende toezicht, grondgebruik, waterlopen en wegen en ontginning. Markeorganisaties troffen we aan in Drenthe, Overijssel en Gelderland. De archieven dateren uit de 16e eeuw en lopen tot aan de opheffing van de marke in de 19e eeuw. De archieven van het provinciaal bestuur zijn in iedere provincie onderverdeeld in drie perioden. Tot 1795 is er sprake van gewestelijke bestuursarchieven, van 1795 tot 1813/14 van Bataafs/Franse bestuursarchieven en vanaf 1813/14 van archieven van het provinciaal bestuur. De archieven berusten in de rijksarchieven. De gewesten (tot 1795) hadden een beperkte taak op lokaal gebied, met name toezichthoudend. Bijvoorbeeld de schouw van land- en waterwegen, de dijkaanleg en de zorg voor doorgaande wegen. Na 1814 krijgt de provincie uitgebreidere bevoegdheden, ook op waterstaatkundig gebied. Het Algemeen Rijksarchief in Den Haag (www.nationaalarchief.nl) bewaart de centrale regeringsarchieven na 1795.
  • Niet-overheidsarchieven, zoals de archieven van particuliere instellingen, families en personen. Binnen deze groep zijn de archieven van bedrijven en industrieën, de archieven van particuliere grondbezitters (familiearchieven, huis- en heerlijkheidsarchieven) en de archieven van instellingen (maatschappijen) die zich bezighielden met ontginning, landaanwinning, mijnbouw, vervening, weg-, kanaal- en spooraanleg het meest relevant.