Materie

De term materie duidt op het originele (oorspronkelijke, authentieke) materiaal van het object. Voorbeelden zijn het muurwerk, de grondsporen en de bodemprofielen. In de archeologie staat het originele materiaal, zoals dat in de bodem bewaard is gebleven, centraal. Ook bij gebouwen is, althans in theorie, de nadruk in de loop van de afgelopen eeuw steeds meer komen te liggen op het behoud van oorspronkelijke materialen. Oud houtwerk of oude dakpannen worden alleen nog maar vervangen wanneer dat noodzakelijk is. De belangrijkste reden is de betekenis van oorspronkelijk materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Een reproductie van een schilderij kan net zo mooi zijn als het origineel, maar alleen het origineel leent zich voor onderzoek naar de gebruikte materialen of de mogelijke tekening onder de verf. Evenzo kan bij een gebouw alleen oorspronkelijk houtwerk worden onderzocht op ouderdom van het gebruikte hout, de constructiewijze en eventuele latere reparaties. Ook grondlichamen, zoals dijken of houtwallen, kunnen informatie geven over de opbouw in de loop van de tijd. Bij behoud door restauratie van gebouwen wordt daarom geprobeerd om oud muurwerk of kozijnen etc. zo lang mogelijk in stand te houden. Hetzelfde geldt voor sporen in de bodem, zoals paalgaten van gebouwen, bodemlagen in een grafheuvel of prehistorische voorwerpen in hun bodemkundige context. Archeologen proberen daarom hun terreinen optimaal te beschermen, bijvoorbeeld door een grafheuvel met een extra meter zand te bedekken. Bij groene elementen is periodieke vervanging nodig om het levende materiaal te behouden, maar zelfs hier bieden hakhoutstobben een voorbeeld van oude materie.