Diversiteit
Oude gebouwen en landschapselementen zijn voor een belangrijk deel bepalend voor het eigen karakter van de afzonderlijke landschappen en voor de verscheidenheid binnen het Nederlandse landschap als geheel. Iemand die op een onbekende plaats in Nederland wordt afgezet kan door die kenmerken al snel zien in welk deel van het land hij of zij zich bevindt. Zaken die overal in het land hetzelfde zijn, zoals de kleur van het gras, de coniferen in een tuin of het uiterlijk van een nieuwbouwwijk, bieden daarbij geen aanknopingspunten en dragen niet bij tot de herkenbaarheid van een gebied.
In dit verband spreekt men vaak van de 'identiteit' van een landschap. Dat is niet hetzelfde als de kenmerken: de term 'identiteit' verwijst naar de relatie tussen enerzijds de kenmerken van een gebied en anderzijds de bewoners, gebruikers en bezoekers die de kenmerken benoemen en (positief of negatief) waarderen.
Het bijzondere van een gebied of een landschap wordt vaak in hoge mate gekoppeld aan de historische inrichting en elementen van dat gebied. Helemaal terecht is dat niet: ook moderne ontwikkelingen kunnen een gebied onderscheiden van andere en kunnen zelfs deel worden van de identiteit. Nog recent hebben concentraties van bepaalde vormen van landbouw, zoals de Noord-Limburgse asperges of de Kempische varkens, gebieden een nieuwe identiteit gegeven. Voor een stad kunnen markante nieuwe gebouwen eenzelfde effect hebben. Zoals Hilversum zich in de vooroorlogse jaren uit de grauwe middenmoot wist op te werken door de gebouwen van Dudok, hebben de laatste jaren verschillende Nederlandse steden beeldbepalende gebouwen of objecten gerealiseerd: de Erasmusbrug in Rotterdam, de Amersfoortse wijk Kattenbroek of het Gronings Museum en het gebouw van de Gasunie in Groningen ontwikkelden zich snel tot 'landmarks' voor de steden.
Een belangrijk deel van de moderne ontwikkelingen leidt echter tot verlies aan kenmerken zonder er nieuwe voor terug te geven. Vooral in de laatste halve eeuw is het landschap vervlakt doordat veel landschapselementen zijn verdwenen. Het landschap wordt steeds meer bepaald door zaken die in heel Nederland hetzelfde zijn. De oude kleinschalige landschappen zijn grootschaliger geworden doordat houtwallen en heggen werden vervangen door prikkeldraad. Aan de andere kant zijn de oude open landschappen minder open geworden doordat ze werden doorsneden met snelwegen en hoogspanningsleidingen.7) Het eigen karakter van de verschillende Nederlandse landschappen, en daarmee de verscheidenheid binnen het Nederlandse landschap als geheel, is minder duidelijk geworden. Behoud en herstel van historische landschapselementen is een goede manier om die verscheidenheid in stand te houden.


