Wetenschappelijk
Bij het wetenschappelijke argument gaat het om het landschap als bron van kennis over de geschiedenis. Het landschap toont ons zaken waarover weinig andere gegevens voorhanden zijn. Voor sommige soorten objecten levert het landschap zelfs de enige kennisbron, bijvoorbeeld voor de archeologische sporen onder het aardoppervlak. Een ander voorbeeld is het microreliƫf, de kleine hoogteverschillen in het landschap zoals rabatten en opgehoogde akkers, die niet op kaarten zijn aangegeven en die, zeker als ze in bosgebieden liggen, ook op luchtfoto's moeilijk zichtbaar zijn. Wel is er sinds enkele jaren het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN), dat een zeer gedetailleerd beeld van hoogteverschillend geeft, maar ook de informatie hiervan vervangt nog niet het onderzoek in het terrein. Een derde voorbeeld vormen de zogenaamde 'kleine landschapselementen'. De topografische kaart geeft houtwallen, heggen, boomsingels, sluisjes en wegkruisen aan, maar geeft geen aanvullende informatie over uiterlijk, materiaal en historische achtergronden. Voor al dit soort zaken geldt, dat de makers zelden sporen achterlieten in archieven of literatuur. De enige bron is het landschap zelf. Dat maakt het ook noodzakelijk om objecten die verdwijnen, goed te documenteren, zoals archeologen en bouwhistorici voortdurend doen. Toch is documenteren niet voldoende, omdat onderzoekstechnieken nog voortdurend worden verbeterd. Een object dat verdwijnt, kan dan wel met de huidige technieken perfect onderzocht worden, voor toekomstige technieken is het niet meer beschikbaar. Als de keuze gaat tussen onderzoeken of laten liggen, verdient het laatste dan ook altijd de voorkeur.


