Ecologisch

Specifieke half-natuurlijke ecosystemen ontwikkelden zich doordat lange tijd een bepaald beheer werd gevoerd. Houtwallen, hakhoutbossen, heidevelden en schrale graslanden zijn cultuurlandschappen met een eigen rijkdom aan soorten. Een belangrijk deel van de Nederlandse flora en fauna, waaronder een substantieel deel van de 'rode-lijst soorten', is gekoppeld aan het cultuurlandschap. Dat betreft in de meeste gevallen soorten die gebonden zijn aan biotopen die zonder de invloed van de mens zeldzaam zouden zijn geweest of soorten die zich hebben aangepast aan het cultuurlandschap. Soms zijn dit soorten van dynamische milieus, zoals kwelders en rivieroevers, maar vaker gaat het om soorten die afhankelijk zijn van stabiele milieus. Tot de laatste groep behoren vooral oude cultuurlandschappen en cultuurlandschapselementen die lange tijd een bepaald beheer hebben gehad. Voorbeelden zijn stinsenflora, muurvegetatie, heide, houtwallen, hakhoutbossen en schrale graslanden. Dergelijke halfnatuurlijke ecosystemen ontwikkelden zich langzaam.

Er bestaat vaak een verband tussen de ouderdom van een bepaald type vegetatie of landgebruik en het voorkomen van soorten. Zo liggen in oudere graslanden grotere mierenhopen en hebben oudere houtwallen en bossen een groter aantal (houtige) soorten. Bij een onderzoek naar deze landschapselementen bleek een aantal soorten bosplanten niet voor te komen in beplantingen van minder dan tachtig jaar oud. De achtergronden zijn niet geheel duidelijk, maar waarschijnlijk heeft het te maken met de extreem langzame verbreiding van een aantal soorten. Verdwijnen van dergelijke objecten is moeilijk te compenseren en is in de praktijk vaak onomkeerbaar. Cultuurhistorisch beheer draagt daarmee bij aan de biodiversiteit.